Google+ Badge

woensdag 4 december 2013

Åland

Ineens was het er weer. Het R-woord. Begin november gaf minister Plasterk antwoord aan de Tweede Kamer over de wens van Sint Eustatius om in het kader van de evaluatie over de staatkundige structuur in 2015 een referendum te houden over mogelijke andere staatkundige verhoudingen. De minister zette de boel meteen op scherp: willen Bonaire, Sint Eustatius en Saba wat anders dan de status van 'openbaar lichaam' dan is er maar één andere optie: hup, het koninkrijk uit, het paspoort inleveren en financieel de eigen broek ophouden. Plasterk wil vasthouden aan de status van openbaar lichaam en die finetunen.

Twee weken later kregen ook koning Willem-Alexander en koningin Máxima bij hun bezoek aan Bonaire te maken met het verlangen naar meer autonomie, de wens om meer verantwoordelijkheid te dragen voor het eigen eiland. Dat gaat niet vanzelf. "Dat moeten we leren, Nederland moet ons daarbij helpen" aldus voorvechter James Finies tegen de koning.
Drie jaar na de integratie binnen Nederland blijft het feit dat de bevolking daar niet voor heeft gekozen - in strijd met de internationale regels - als een zwaard van Damocles boven Bonaire hangen. De Haagse onverzettelijkheid en het totale gebrek aan inlevingsvermogen om te begrijpen wat de opgelegde 'vernederlandsing' te weeg brengt zorgt alleen maar voor meer boosheid. Het is pijnlijk om de frustratie onder de autochtone bevolking te zien over het stapje voor stapje verliezen van de eigen cultuur en identiteit. Bonaire raakt steeds meer verdeeld, bevolkingsgroepen komen steeds meer tegenover elkaar te staan. Onaangenaam.
Het leuke van een blog schrijven is dat je soms interessante reacties krijgt. Een paar maanden geleden attendeerde een lezer uit Nederland mij op een verrassend staatkundig alternatief. Hij schreef al jaren gefascineerd te zijn door de opname van drie ver weg gelegen eilanden in het Nederlandse staatsbestel. Aan de ene kant kan de bevolking op de eilanden - zelfs op lange termijn - geen beroep doen op dezelfde (sociale) rechten en plichten als in het moederland. Aan de andere kant krijgt de bevolking ook niet het zelfbestuur om haar eigen (sociale) rechten en plichten te kunnen vaststellen en vorm te geven. "Laat nu net die combinatie van geen gelijke rechten en geen zelfbestuur het belangrijkste kenmerk van kolonialisme zijn".
Zijn voorstel is om bij de evaluatie van de staatkundige structuur in 2015 het Åland-model in overweging te nemen. De Ålandeilanden zijn een archipel in de Botnische Golf halverwege Zweden en Finland met in totaal 28.000 inwoners. Na de onafhankelijkheid van Finland in 1917 brak er een discussie los over de toekomst van de eilandengroep. De bevolking is Zweedstalig en volledig op Zweden georiënteerd, Finland wilde de eilanden graag behouden. In 1921 stemde de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties, er mee in dat Åland een deel van Finland bleef mits de autonomie én het behoud van de Zweedse cultuur werden gegarandeerd.
De speciale positie van Åland is vastgelegd in de Finse Grondwet en uitgewerkt in een Autonomiewet. Finland is het hoogste gezag maar kan niet eenzijdig de autonomie van Åland inperken, dat kan alleen met instemming van de parlementen van Finland en Åland (http://www.aland.ax/).
Natuurlijk is het Åland-model voor Bonaire een ingrijpende oplossing. Het eiland blijft een onderdeel van het Nederlandse staatsbestel maar met vergaande autonomie. Die kan, net als in het geval van Åland, worden geregeld in de Nederlandse Grondwet.
Het Åland-model vraagt een planmatige aanpak waarbij Nederland Bonaire helpt om 'zichzelf te emanciperen'. Wat kan Bonaire zelf, waar heeft Bonaire Nederland bij nodig. Daarmee sluit het Finse model het meest aan op de 'directe banden met Nederland' waarvoor de bevolking van Bonaire in 2004 heeft gekozen. Want de belofte indertijd was: 'directe banden' betekenen dat Bonaire zijn eigen parlement heeft en Bonaire Nederland om hulp vraagt bij taken die het eiland (nog) niet zelf kan uitvoeren. Concreet houdt dit bijvoorbeeld in dat de rechtshandhaving, het onderwijs, de gezondheidszorg en sociale zekerheid voorlopig door Nederland worden uitgevoerd, maar dat op andere terreinen Bonaire zelf verantwoordelijk is. Belangrijk is ook om te kijken naar de wetgeving die de Finnen gebruiken om de eigen cultuur van de op Zweden gerichte inwoners van Åland te garanderen.

Ook behoudt Bonaire als voormalig koloniaal gebied zijn zelfbeschikkingsrecht: mocht ooit de situatie ontstaan dat de bevolking in meerderheid kiest voor onafhankelijkheid, dan kan dat nog steeds.
Met de keuze voor het Åland-model voldoet Nederland, anders dan nu, aan artikel 73 van het Handvest van de Verenigde Naties. Dat artikel bepaalt dat 'leden van de Verenigde Naties die verantwoordelijkheid dragen of aanvaarden voor het bestuur van gebieden waarvan de bevolking nog geen volledig zelfbestuur heeft verworven, het beginsel erkennen dat de belangen van de inwoners van deze gebieden op de eerste plaats komen, en aanvaarden, als een heilige opdracht, de verplichting binnen het in dit Handvest vastgelegde stelsel van internationale vrede en veiligheid, het welzijn van de inwoners van deze gebieden naar beste krachten te bevorderen en, te dien einde:
a. de politieke, economische en sociale vooruitgang van deze volken, alsmede hun vooruitgang op het gebied van het onderwijs, hun rechtvaardige behandeling en hun bescherming tegen misbruiken, te verzekeren, met inachtneming van de nodige eerbied voor hun cultuur;
b. zelfbestuur te ontwikkelen, terdege rekening te houden met de politieke aspiraties van de volken en hen bij te staan bij de progressieve ontwikkeling van hun vrije politieke instellingen, overeenkomstig de bijzondere omstandigheden van elk gebied en zijn bevolking en hun verschillende stadia van ontwikkeling.´
De ambitie van Nederland om in 2018 één van de tijdelijke zetels in de Veiligheidsraad te verwerven zal geloofwaardiger zijn als Nederland het Handvest ook daadwerkelijk uitvoert.
 
 
 
http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202 

 

 

 

 

 

maandag 16 september 2013

Lastercampagne

Niet echt een verrassing, ik kon er op wachten. De lastercampagne is begonnen. Voor mensen die Bonaire het liefst door een roze bril willen zien, zo werkt het op Bonaire. Mensen die kritisch durven zijn, het naadje van de kous willen weten en mogelijke misstanden onderzoeken, weten dat ze vroeg of laat het onderwerp worden van smaad en laster. Karaktermoord.

Op een aan de UPB-gelieerde website zag ik gisteren mijn Facebook-foto en een artikel dat een onderzoek aanhaalt dat ik in 2009 deed naar openbaar vervoer op Bonaire. Opdrachtgever de lokale overheid, gefinancierd door Usona, één van de vele projecten die met Nederlands geld werden uitgevoerd in het kader van de versterking van de sociaaleconomische infrastructuur (SEI). Een artikel vol halve waarheden en leugenachtige aantijgingen. Schandalig. Een schoolvoorbeeld van de represaillecultuur die de UPB, na bijna veertien jaar onafgebroken aan de macht, heeft geperfectioneerd. Hoe daar mee om te gaan? Ik heb al veel eerder besloten, ook in overleg met enkele collega-journalisten in Nederland, om dit soort laster te pareren met openheid, uitleggen hoe zaken wel in elkaar zitten.    

Terug naar 25 september 2007, toen ik op zijn verzoek een gesprek had met Jeffrey Levenstone, indertijd hoofd van de Dienst Economische Zaken, nu fractievoorzitter van de UPB in de eilandsraad. Levenstone had ook in Rotterdam gewerkt en wist dat ik jarenlang directeur was geweest bij de RET, het openbaar vervoerbedrijf van Rotterdam. Een jaar later, op 23 september 2008, mailde hij mij dat hij in een tweede gesprek wilde praten "over de mogelijkheden om het project regulering openbaar vervoer Bonaire op te gaan pakken". Maanden later ontmoette ik hem op het Wilhelminaplein waar hij vertelde dat hij wel wilde maar het Bestuurscollege niet. 'Die vinden je devastating'. Mooie uitdrukking, om nooit te vergeten. Ik hoorde daarna niets meer van hem.

In 2009 bleek dat Bonaire er nog steeds niet in geslaagd was om uitgewerkte plannen aan te leveren voor de ongeveer twintig miljoen gulden die beschikbaar was voor SEI-projecten. Usona stelde een externe projectcoördinator aan die er vaart in moest brengen. Die vroeg of ik eens wilde komen praten hoe ze het project openbaar vervoer handen en voeten moesten geven. Hij had mijn naam doorgekregen van Levenstone. Ik had een overleg met hem en de lokale projectleider Adely Jansen. Er was ongeveer een half miljoen gulden beschikbaar, eenmalig, daar heb je niet zo veel aan als het om openbaar vervoer gaat. Daar heb je structureel geld voor nodig, het eilandgebied zou dat moeten opnemen in de begroting. Ik adviseerde hen eerst een grondige probleemanalyse te laten uitvoeren.

Op het eind van het gesprek vroegen ze mij of ik die probleemanalyse wilde uitvoeren. Daar had ik helemaal geen zin in, had meer dan genoeg journalistiek werk. Het alternatief was dat er een consultant uit Nederland zou worden ingevlogen. Dat zou een veelvoud kosten in vergelijking met wanneer ik de analyse zou uitvoeren. Na een paar dagen nadenken besloot ik de opdracht aan te nemen. De studie mocht niet meer dan 30.000 Nafl kosten, ik rekende het door Usona gehanteerde tarief van een senior-consultant van 1300 Nafl per dag. De doorlooptijd van de opdracht bedroeg twee maanden. Uiteindelijk werkte ik twee keer zo veel dagen als gepland, maar nog steeds voor de eerder afgesproken fixed price van 30.000 Nafl.

Henk Kamp sprak me ook aan, mooi dat ik dit ging doen, hij zou afgeschreven bussen van Defensie kunnen regelen. Even wachten Henk, laat me eerst onderzoeken wat er precies aan de hand is voordat we een oplossing bedenken. Ik kreeg veel steun van de kwartiermaker van Verkeer en Waterstaat Pieter Langebaerd.

Bij de overheid was weinig informatie beschikbaar, ik moest overal zelf achteraan. Ik deed veel interviews en zocht ook 'op straat' van alles uit. Hoe komen de mensen die 's morgens in Rincon bij de bushalte staan te wachten naar Kralendijk? In interviews kreeg ik te horen dat er werd gedacht aan oplossingen als Park & Ride voorzieningen en buslijnen.

Het meest fascinerende in mijn onderzoek was dat in tegenstelling tot wat veel mensen dachten Bonaire wel degelijk over openbaar vervoer beschikt. In het rapport legde ik uit dat Bonaire qua adressendichtheid is te vergeleken met het afgelegen platteland in Nederland. Daar is het aanbod aan potentiële reizigers veel te weinig voor buslijnen met een vaste frequentie, in zulke dunbevolkte gebieden is het openbaar vervoer 'vraagafhankelijk' georganiseerd; de Regiotaxi. Ik was onder de indruk dat de chauffeurs van de AB (AutoBus)-busjes in feite al jaren zo een vorm van vraagafhankelijk vervoer op Bonaire hebben neergezet. Los van de overheid (die geeft alleen vergunningen af en bepaalt de ritprijs) maar wel effectief. Op zijn Bonairiaans. Prima. Er bleek qua vraagafhankelijk vervoer nog veel meer en beter geregeld dan iedereen denkt.

In mijn advies pleitte ik voor simpele oplossingen: kom niet met Nederlandse oplossingen maar versterk wat lokaal al goed is geregeld.  Gebruik het eenmalige geld om bushaltes op te knappen, start een campagne om meer bekendheid te geven aan het AB-vervoer. Om tegemoet te komen aan de uitdrukkelijke wens van ambtenaren en politici naar lijndienstvervoer stelde ik voor om een proef te doen van enkele maanden met een vaste busverbinding tussen Rincon en Kralendijk. Vorig jaar is die proef eindelijk gehouden, ik weet niet wat de uitkomsten zijn. De UPB stelt dat mijn onderzoek niets heeft opgeleverd. Onzin. Lees het rapport.

Het is geen sexy rapport met voorstellen voor buslijnen maar een nuchter rapport met oplossingen op de schaal van Bonaire. Geen met veel ambitie aangekondigde projecten als de windmolens en de riolering die de bevolking uiteindelijk veel geld kosten. Geen nieuwe Witte Olifant.

Wikipedia: Een witte olifant is een olifant met een zeldzame afwijking waardoor zijn huid wit ziet. Het is meestal maar niet altijd een albino of een olifant met leucisme. Het begrip geldt ook in overdrachtelijke zin voor iets zeldzaams of voor iets duurs dat niets oplevert.



http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202 

zondag 1 september 2013

Een ongemakkelijke waarheid

Foto Belkis Osepa, Caribisch Netwerk
Hoe zou het gesprek tussen minister Ronald Plasterk en Rijksvertegenwoordiger Wilbert Stolte vrijdag zijn verlopen? Wat voor gesprek voer je met iemand die je al maanden de hand boven het hoofd houdt? Plasterk weet sinds begin dit jaar dat het hoogste Nederlandse gezag op Bonaire, Sint Eustatius en Saba het niet zo nauw neemt met de trias politica, niet onafhankelijk opereert en een verlengstuk is van niet-integere politici. In plaats van een gezaghebber te steunen die probeert in een door en door corrupte omgeving een begin te maken met integer bestuur heeft Stolte haar juist tegengewerkt.

In januari dit jaar stuurde Plasterk oud-burgemeester Ronald Bandell naar Bonaire om uit te zoeken wat er voor problemen waren tussen Stolte en de gezaghebber maar ook tussen Stolte en het Openbaar Ministerie. Ik heb er over geschreven in verschillende blogs (Karaktermoord, Integriteit en First Offender). Bandell concludeerde onder andere dat Stolte niet was te handhaven maar Plasterk deed daar niets mee. Natuurlijk, een minister kan een advies naast zich neerleggen maar is dan wel verantwoordelijk voor de gevolgen. Die zijn groot. De maandenlange opzichtige afzijdigheid van Plasterk heeft van Bonaire (17.500 inwoners) een volstrekt onbestuurbaar eiland gemaakt. En niet onbelangrijk, de geloofwaardigheid van 'Nederland' is onder het nulpunt gezakt. Dubbelhartig, hypocriet, meten met twee maten. Zo vaak is de afgelopen maanden te horen geweest dat Haagse politici wel een grote mond hebben over corrupte politici en integriteit als het gaat om eilanden waar ze niets over hebben te zeggen zoals Sint Maarten. Tegelijkertijd sluit 'Den Haag' de ogen voor wat er op Bonaire, het eiland waar het Nederlandse kabinet direct verantwoordelijk voor is, aan de hand is.  

Begin juli gaf Plasterk antwoord op schriftelijke vragen van de Tweede Kamer over de crisis in het bestuurscollege en de rol van Stolte daarbij. In zijn antwoord sneerde de minister ook naar enkele goed ingevoerde lokale journalisten, die berichtgeving wantrouwde hij. In plaats daarvan raadpleegde hij liever wat vaker de Rijksvertegenwoordiger.

Het feit dat Plasterk publiekelijk Stolte bleef steunen maakte de politici van de UPB overmoedig. Begin mei werd de gezaghebber de portefeuille Toezicht en Handhaving ontnomen. Die afdeling vormt het hart van een door de gezaghebber breed ingezet integriteitstraject. Deze actie vormde het begin van een politiek drama dat nu al maanden duurt.

In juni volgde het voorwaardelijk sepot van UPB-gedeputeerde James Kroon. Die liegt er sindsdien op los dat het maar om een foutje in een administratieve procedure ging, de feiten liggen anders. De eilandsraad, waarin de UPB/Santana coalitie de meerderheid heeft, besloot dat Kroon gerust kon aanblijven.

In plaats van enig zelfinzicht te tonen koos de coalitie de aanval en dreigde de gezaghebber met een motie van wantrouwen. Het leidde tot voor Bonaire historische taferelen. Bij twee vergaderingen van de eilandsraad kwamen honderden demonstranten hun steun betuigen aan  de geplaagde Lydia Emerencia. Vóór de gezaghebber, vóór integriteit. Gewaagd. Veel mensen gaven eerlijk toe dat ze niet naar de demonstratie durfden komen uit angst voor represailles. Ook het bezoek van premier Rutte bleef niet zonder gevolgen, hij bood aan te bemiddelen en stelde als Frits Goedgedrag als bemiddelaar aan. Daarop nam de UPB-partijvoorzitter Dortalina het stokje van de motie van wantrouwen over. Dagenlang was te horen en te lezen dat de UPB all the way ging om de gezaghebber weg te krijgen. Afgelopen week stuurde Plasterk een brief naar de Kamer waarin hij schreef dat Goedgedrag had bereikt dat er een overeenkomst was tussen de gezaghebber en de twee UPB-gedeputeerden dat ze er alles aan doen om te zorgen voor rust in het bestuur. Hilarisch. Ja zeggen, nee doen. Op hetzelfde moment wisten de gedeputeerden triomfantelijk te melden dat ze de gezaghebber eens flink zouden aanpakken. Enkele dagen later publiceerde het Antilliaans Dagblad een artikel van twee pagina's waarin werd geciteerd uit een vertrouwelijk nooit gepubliceerd rapport over Emerencia uit de tijd dat ze rector-magnificus was aan de universiteit van Aruba. Een van de vele opzetjes de afgelopen maanden om de gezaghebber het vuur zo na aan de schenen te leggen dat ze uit zich zichzelf opstapt.

Ik stelde Stolte begin juli twee vragen:
- Ik heb uit verschillende bronnen begrepen dat u van mening bent dat corruptie op Bonaire een gegeven is omdat dit nou eenmaal past binnen de Zuid Amerikaanse cultuur, hier komt in nog geen vijftig jaar verandering in of woorden van gelijke strekking. Is dit een juiste weergave van uw mening en wat is het gevolg hiervan voor uw beoordeling van bestuurlijke corruptie op Bonaire. Wijkt die beoordeling af als dezelfde feiten in Nederland zouden spelen?
- Ook  heb ik vernomen dat U van mening bent dat het een ramp zou zijn voor Bonaire wanneer deze coalitie zou verdwijnen. Is dit een juiste weergave van uw mening en wat is het gevolg hiervan voor uw inzet bij de bemiddeling in de bestuurscrisis? 

Een week later kreeg ik geen antwoord op deze vragen maar een nietszeggende reactie: de Rijksvertegenwoordiger steunt het door de gezaghebber ingezette integriteitstraject van harte.

Afgelopen week publiceerden onderzoeksjournalisten van verschillende Nederlandse dagbladen artikelen over de onbestuurbare situatie op Bonaire, voor minister Plasterk eindelijk reden om de Rijksvertegenwoordiger op het matje te roepen. Er zijn nog geen mededelingen gedaan over de uitkomst van dit gesprek. Maar wanneer Plasterk denkt dat hij door het weghalen van Stolte de problemen oplost zit hij er naast, daarmee is de ernstige crisis in het lokale bestuur niet opgelost. Niet alleen in het bestuurscollege is een onwerkbare situatie ontstaan, ook de eilandsraad functioneert dankzij de 'dictatuur van de meerderheid' van geen kanten.

Wat dan wel? In reactie op de ontstane situatie roepen sommigen om nieuwe verkiezingen. Dat kan niet, Bonaire moet het doen met de huidige eilandsraad tot aan de volgende verkiezingen in 2015. Het is een ongemakkelijke waarheid maar de lakse houding van Plasterk heeft er voor gezorgd dat de crisis op Bonaire zodanig is geëscaleerd dat deze alleen nog maar is op te lossen met een maatregel die Nederland eigenlijk helemaal niet wil nemen: het eiland onder gezag van een regeringscommissaris plaatsen.

De minister kan daarbij gebruik maken van artikel 232 van de WOLBES. Dat regelt dat als het bestuur van het openbaar lichaam als een geheel niet meer functioneert een regeringscommissaris kan worden benoemd. Dat betekent wel dat alle bestuursorganen van Bonaire buiten werking worden gesteld dus eilandsraad, bestuurscollege en - hoe onterecht veel mensen dat zullen vinden- ook de gezaghebber. Iedereen moet weg, ook de Rijksvertegenwoordiger moet het veld ruimen. Voor Sint Eustatius en Saba geldt het buiten spel zetten van het lokale bestuur natuurlijk niet, voor deze eilanden treedt de regeringscommissaris op als Rijksvertegenwoordiger.

Het aanstellen van een regeringscommissaris is een zware maatregel: de prijs die betaald moet worden voor een volstrekt uit de hand gelopen bestuurlijke crisis.



http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202 

zondag 30 juni 2013

First offender

Zat ik maar op Bonaire! Ik kan me voorstellen dat wethouders en andere politici die de afgelopen tijd in Nederland vanwege integriteitskwesties moesten aftreden met afgunst naar Bonaire kijken. Een gedeputeerde op Bonaire pleegt twee ambtsmisdrijven: oplichting en 'het doen plegen van valsheid in geschrifte'. Maar in plaats van afstand te nemen wordt hij door zijn eigen partij en de bestuurscoalitie omarmd. Ach, hij is aardig, een vote-getter, iedereen maakt toch wel eens een fout. Een motie van wantrouwen haalt het met vijf tegen vier stemmen niet. Geen greintje zelfinzicht of erkennen van gemaakte fouten. Sterker nog, niet de betrokken gedeputeerde moet ter verantwoording worden geroepen maar de gezaghebber die eind vorig jaar aangifte deed naar mogelijke onregelmatigheden bij het toekennen van een taxivergunning. Een lid van de eilandsraad maakt de gezaghebber zelfs uit voor leugenaar. De omgekeerde wereld.

Uit onderzoek van het Openbaar Ministerie is gebleken dat UPB-gedeputeerde James Kroon doelbewust een familielid met voorrang aan een vergunning hielp. Daarmee overtrad hij regelgeving die door de eilandsraad is vastgesteld; bij zijn installatie als gedeputeerde heeft hij gezworen zich daar aan te houden. In Nederland was een wethouder in een vergelijkbare situatie al lang door zijn eigen partij gemaand af te treden. Op Bonaire ligt dat anders. Geen vuiltje aan de lucht. Hoezo voorbeeldfunctie, daar hebben we geen boodschap aan. De modus operandi van de christendemocratische UPB is al jaren om iedereen die kritiek durft te hebben openlijk belachelijk te maken en te demoniseren. Tot in het absurde. Alles wordt politiek gemaakt. Ook in het geval van gedeputeerde Kroon. Niet hij heeft fouten gemaakt maar gezaghebber Lydia Emerencia. En Nederland moet het functioneren van het OM maar eens onderzoeken, dat maakt zich schuldig aan politieke vervolging.

Op Bonaire is veel ophef ontstaan over het feit dat het OM weliswaar heeft vastgesteld dat gedeputeerde Kroon twee ambtsmisdrijven heeft begaan maar om opportuniteitsredenen niet strafrechtelijk zal worden vervolgd. Zijn zaak is geseponeerd met een proeftijd van drie jaar. Justitie heeft ook rekening gehouden met het feit dat de gedeputeerde een first offender is. Daar moest ik wel een beetje om gniffelen. Ja, de eerste keer dat er na onderzoek strafbare feiten zijn vastgesteld. Zover is het nooit eerder gekomen. Ik heb nog eens een proces-verbaal doorgelezen waarin Kroon er van wordt beschuldigd regelmatig geld te hebben aangenomen van een zakenman die later onder andere een vergunning kreeg om op de containerpier winkels te bouwen. Of het Nederlandse aannemersbedrijf dat zich er in de media over beklaagde dat ze Kroon drie huisjes in Rincon hadden 'gegeven' in de hoop daarmee het afgeven van bepaalde vergunningen te bespoedigen. Die vergunning kwam er niet en de aannemer moest de heavy equipment die alvast naar Bonaire was getransporteerd op de veiling verkopen.


Het voorwaardelijke sepot van Kroon heeft wel iets heel merkwaardigs aan het licht gebracht. De belangrijkste reden waarom het OM de gedeputeerde niet vervolgd is dat sinds 10 oktober 2010 een belangrijk artikel is geschrapt waarmee bepaalde ambtsmisdrijven kunnen worden vervolgd. Artikel 372ter)*. Voor 10 oktober 2010 had het OM gedeputeerde Kroon wel op grond van 372ter kunnen vervolgen, maar nu Bonaire een bijzondere gemeente van Nederland kan dat niet meer.

Vanaf 10-10-10 geldt op de BES-eilanden nog steeds het Nederlands-Antilliaanse Wetboek van Strafrecht. In een aantal gevallen is aansluiting gezocht bij het Nederlandse strafrecht. Op sommige evident afwijkende onderdelen is het Wetboek gesynchroniseerd met Nederlandse wetgeving; het meest duidelijke voorbeeld daarvan is het schrappen van de doodstraf. Die komt wel in de Antilliaanse wetgeving voor, niet in de Nederlandse. Drie weken geleden luisterde ik naar het pleidooi van advocaat Geert-Jan Knoops in de herziening van de zaak-Spelonk. Ik was onder de indruk van het feit dat veroordeelden die menen onschuldig te zijn, in Nederland meer juridische mogelijkheden hebben voor herziening van hun zaak dan op Bonaire. De verruimde herzieningsmogelijkheden zijn namelijk nog niet opgenomen in het Wetboek van Strafrecht-BES. Reden: er is voor gekozen de eerste vijf jaar zoveel mogelijk aan te sluiten bij de Antilliaanse wetgeving.

Kennelijk niet altijd. Want artikel 372ter dat voor justitie op de Bonaire een belangrijk instrument is om bepaalde misdrijven in het openbaar bestuur te vervolgen is uit de Wet geschrapt. Op volstrekt onduidelijke gronden. Het OM zegt zelf in zijn persbericht over de zaak-Kroon dat de wetgever 'waarschijnlijk' gedacht heeft dat, net als in Nederland, het 'bestraffen' van de ambtsmisdrijven uit 372ter wordt overgelaten aan 'parlementaire controle'. Anders gezegd, er wordt een beroep gedaan op het zelfreinigende vermogen van de politiek. De boodschap van het OM was duidelijk: geachte eilandsraad, het is aan u om te beoordelen wat er met deze gedeputeerde die twee ambtsmisdrijven heeft begaan moet gebeuren.

Het is niet uit te leggen dat politiek Den Haag, dat altijd uiterst kritisch is als het gaat om goed bestuur op de Antillen, uitgerekend op de 'eigen' BES-eilanden Justitie een hand op de rug bindt als het gaat om het vervolgen van bepaalde ambtsmisdrijven. Bovendien zonder overleg met het lokale OM. Intrigerend. Misschien hebben Haagse juristen in een vlaag van verlangen naar concordantie van wetgeving besloten om artikel 372ter te schrappen omdat dit ook niet in de Nederlandse wetgeving voorkomt. Maar dat lijkt me erg wereldvreemd. In 2009 is het OM gestart met een onderzoek naar fraude en corruptie in het openbaar bestuur op Bonaire. De twee belangrijkste UPB-politici, door CDA-politici op handen gedragen, zijn verdachten in het Zambezi-onderzoek. Zij hebben in 2010 vaak de publiciteit gezocht, ook in Nederland, en het OM beschuldigd van politieke vervolging. Ik kan me dan ook nauwelijks voorstellen dat in 2009/2010 niemand in Den Haag zich heeft gerealiseerd dat het schrappen van artikel 372ter gevolgen zou hebben voor het OM op de BES-eilanden. Kom, laten we eens overleg plegen wat het lokale OM er van vindt. Nee dus.

Binnen niet al te afzienbare tijd komt de zaak-Zambezi voor de rechter, ik ben bijzonder benieuwd of het schrappen van artikel 372ter ook voor deze zaak consequenties heeft. Als dat zo is past dat in ieder geval naadloos in het beeld van een onderzoek dat niet wordt gestuurd door de inhoud van de zaak maar door procesmatige interventies. Zoals het unieke besluit van een rechter-commissaris op Bonaire om het opsporingsonderzoek slechts enkele maanden de tijd te geven.

De zaak-Kroon heeft duidelijk gemaakt dat het zelfreinigende vermogen van de politiek op Bonaire een fictie is. De vraag is wat de Rijksvertegenwoordiger, die wordt geacht namens Nederland hoger toezicht uit te oefenen, nu gaat doen. Twee jaar geleden schreef Rijksvertegenwoordiger Stolte een gepeperde brief aan de eilandsraad en het vorige bestuurscollege waarin werd meegedeeld dat het waarborgen van goed bestuur een belangrijke verantwoordelijkheid is van de Rijksvertegenwoordiger en dat hij zich zorgen maakte over een integriteitskwestie die rond een bepaalde gedeputeerde speelde. Die brief luidde de val in van het toenmalige bestuurscollege in, zes dagen later was de UPB terug aan de macht. De afgelopen twee jaar heeft de Rijksvertegenwoordiger zich opgesteld als een trouwe bondgenoot van zijn politieke vrienden van de UPB, het woord integriteit lijkt uit zijn vocabulaire verdwenen. Op Bonaire kijken veel mensen uit naar de manier waarop de Rijksvertegenwoordiger gaat reageren op de kwestie-Kroon.

)* Artikel 372ter
Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren wordt gestraft het lid van het bestuurscollege van een eilandgebied dat:
1°. zijn medewerking verleent aan de totstandkoming van eilandsbesluiten en andere besluiten of beschikkingen van het bestuurscollege, wetende dat daardoor bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen, de Eilandenregeling Nederlandse Antillen of enige andere in dat eilandgebied geldende wettelijke regeling worden geschonden;
2°. uitvoering geeft aan dan wel medewerkt tot de uitvoering van eilandsverordeningen, eilandsbesluiten en andere besluiten of beschikkingen van de eilandsraad of van het bestuurscollege, wetende dat deze niet op de in de Eilandenregeling Nederlandse Antillen voorgeschreven wijze zijn tot stand gekomen;
3°. medewerkt aan de uitvoering van landsbesluiten, houdende algemene maatregelen, als bedoeld in artikel 58 van de Eilandenregeling Nederlandse Antillen, wetende dat deze niet op de in de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen voorgeschreven wijze zijn tot stand gekomen;
4°. handelingen verricht of bevelen geeft, wetende dat daardoor bepalingen van de onder 1° bedoelde wettelijke regelingen worden geschonden;
5°. opzettelijk nalaat uitvoering te geven aan een of meer van de onder 1° bedoelde wettelijke regelingen, voor zover deze uitvoering wegens de aard van de aangelegenheid tot de omvang van zijn verantwoordelijkheid behoort of hem uitdrukkelijk is opgedragen.




http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202

vrijdag 21 juni 2013

Debat (2)


Een hele dag naar het computerscherm turen om via www.eerstekamer.nl het debat in de Eerste Kamer over het 'Koninkrijk' te volgen. Saai? Zonde van mijn tijd? Integendeel. Goed voorbereide Kamerleden met scherpe vragen. Veel zorgen over Sint Maarten en Curaçao, minder over Aruba. De lastigste vragen kreeg minister Plasterk over de BES-eilanden waar Nederland zelf verantwoordelijk voor is. De Eerste Kamer is door een werkbezoek aan de 'bijzondere gemeenten' begin dit jaar uitstekend op de hoogte wat er speelt en dat was te merken.   

Zo stelde VVD-Kamerlid Van Kappen een niet mis te verstane vraag: 'Dan is er nog het punt van de evaluatie. Vooral op Bonaire en op Statia wordt de evaluatie in 2015 door een deel van de bevolking gezien als mogelijkheid om de integratie in het Nederlandse staatsbestel terug te draaien en te komen tot een vorm van 'vrije associatie' met Nederland. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties spreekt echter over fine-tuning van de huidige constructie. Wat als de bevolking een referendum wil, met als optie een 'vrije associatie' met Europees Nederland of een andere constructie? Zal de minister zich verzetten tegen de roep om een referendum of niet? En als de meerderheid in een referendum kiest voor een andere constructie, zijn er dan scenario's ontwikkeld voor de wijze waarop we met een dergelijke uitslag om moeten gaan'.  

Plasterk geeft met veel omhaal van woorden antwoord. Ja, het staat de eilanden vrij zelf een referendum te organiseren maar nee, niet alle smaken bestaan. Hij spreekt over een aantal staatkundige varianten waaruit kan worden gekozen en over het verlies van het Nederlandse paspoort. Opvallend is dat de minister, ook na aandringen, niet ingaat op de concrete vraag van Van Kappen wat er gebeurt als de bevolking van Bonaire of Statia kiest voor een 'vrije associatie'. Het is duidelijk dat de minister het 'V-woord' liever niet in de mond neemt. Geen onverschilligheid maar bewuste strategie.    

Terug in de tijd. In 1993 onderhandelen Nederlandse en Antilliaanse politici over de onwerkbare constructie van het land Nederlandse Antillen. Alternatieven passeren de revue. Premier Lubbers en minister Hirsch Ballin komen voor de kleine eilanden als Bonaire met een voor het Koninkrijk nieuwe staatkundige variant op de proppen: het Koninkrijkseiland. Bonaire stelt zelf wet- en regelgeving vast, probeert zoveel mogelijk zelf te doen en vraagt Nederland om hulp voor taken waar het eiland te klein voor is. Een staatkundig model dat verschillende eilanden in de Caribbean hebben. In volkenrechtelijke termen: een 'vrije associatie' met het oude moederland. Twintig jaar later noemt de commissie-Jesurun het Koninkrijkseiland ook in haar voorstel om de 'Nederlandse Antillen' op te heffen en alle eilanden een eigen relatie met Nederland te geven.  

Bij het referendum in 2004 pleit het Bonairiaanse bestuurscollege van Ramonsito Booi voor optie B: 'directe banden' met Nederland. Verwarring alom. Wat houden 'directe banden' precies in? Is het wel of geen integratie binnen Nederland? Integratie wil bijna niemand, terugkeer in de schoot van het voormalige koloniale moederland ligt uiterst gevoelig. In een ultieme poging klaarheid te brengen stuurt de voorzitter van de referendumcommissie, Arthur Sealy, de volgende boodschap de wereld in; optie B betekent dat Bonaire uit de Nederlandse Antillen stapt maar deel blijft uitmaken van Koninkrijk. Bonaire heeft bij deze optie een eigen parlement en regering, doet alles zoveel mogelijk zelf en vraagt Nederland alleen om hulp wanneer Bonaire het zelf niet aan kan. De boodschap die in drie talen verschijnt, is klip en klaar; de angst die bij veel mensen leeft dat 'directe banden' integratie inhoudt is ongegrond. De bevolking kiest met een kleine meerderheid voor optie B.  

In feite is optie B het model van Koninkrijkseiland. Een 'vrije associatie' met Nederland. Toch gaat het anders. De Raad van State speelt een cruciale rol in die koerswijziging. In 2006 komt de Raad met een verhaal waarin Bonaire niet een staatkundige positie binnen het Koninkrijk krijgt maar binnen Nederland. Bonaire krijgt de status van 'openbaar lichaam', een soort bijzondere gemeente. Om eventuele bezwaren te ondervangen voegt de Raad er aan toe dat dit volgens het internationale recht gezien kan worden als 'een vorm van vrije associatie'. Later bij de uitwerking wordt 'vrije associatie' overigens niet meer genoemd.  

De keuze voor 'directe banden' blijkt dus wel degelijk uit te pakken als integratie binnen Nederland. Maar het blijkt ook nog eens een vlees-noch-vis oplossing te zijn. Want de ingrijpende stap van integratie is volgens een resolutie van de VN alleen toegestaan wanneer er sprake is van gelijke rechten voor burgers in het moederland en de voormalige kolonie. Het Franse model dat sinds 1946 bestaat. Nederland piekert niet over gelijke rechten en legt de ongelijkheid zelfs wettelijk vast.  

In 2010, na een bestuurswisseling, probeert het nieuwe bestuurscollege de weg terug te vinden naar 'vrije associatie'. De eilandsraad neemt een referendumverordening aan, maar gezaghebber en gouverneur verhinderen dat het tot een volksraadpleging komt. Er zijn veel sappige details over die periode te vertellen, bottom-line is dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geen enkele discussie wenst over een andere status voor Bonaire. De directeur Koninkrijksrelaties meldt dat er in Den Haag geen enkel politiek draagvlak is voor de optie 'vrije associatie'. Op zich kan ik me daar best wat bij voorstellen. Tot 2010 had Nederland te maken met twee landen: Aruba en de Nederlandse Antillen. Na de opheffing van de Nederlandse Antillen zijn dat er drie: Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Bij onderhandelingen over onderwerpen die het Statuut, de grondwet van het Koninkrijk, raken moeten alle onderhandelingspartners het met elkaar eens zijn. Een vrije associatie voor Bonaire zou betekenen dat er nog een onderhandelingspartner bij komt. Vanuit het standpunt van 'Den Haag' is te begrijpen dat men niet zit te wachten op nog een mogelijke lastpost aan tafel.   

Het debat in de Eerste Kamer heeft me gesterkt in de opvatting dat Nederland, lees BZK, werkelijk alles in het werk zal stellen om te voorkomen dat op Bonaire een referendum wordt georganiseerd waarin het 'V-woord' voorkomt. In ieder geval tot 2015. Een cruciaal jaar met verkiezingen voor de eilandsraad én de evaluatie van 'vijf jaar openbaar lichaam'. BZK heeft geluk; er zit een Bestuurscollege waarvan gedeputeerden hebben verklaard dat - ook al zou de meerderheid van de bevolking een referendum willen - zij dat niet zullen organiseren.  

Ik heb er lang over nagedacht wat de houding van BZK betekent voor mensen die ijveren voor een referendum. Een pijnlijke boodschap: vergeet het! Ook al komt er een referendum en de bevolking kiest voor een 'vrije associatie', dan nog zal met Nederland onderhandeld moeten worden over wie wat gaat doen en vooral wie dat gaat betalen. It takes two to tango. En ik denk niet dat Nederland zich daar ooit voor zal lenen.  

De ongemakkelijke waarheid is dat Bonaire - tegen de internationale regels - Nederland is 'ingerommeld'. Het zal moeilijk, misschien zelfs onmogelijk, worden daar ooit nog uit te komen. Tenzij de bevolking voor onafhankelijkheid kiest, maar dat is iets voor latere generaties. De andere kant is dat, ook al is er veel onvrede met de huidige situatie, de meerderheid van de bevolking wel heeft toegelaten dat het zover is gekomen. Ik denk dat het voor degenen die verlangen naar meer zeggenschap over hun eigen eiland, effectiever is om na te gaan denken over mogelijkheden voor meer zelfbestuur binnen Nederland. Die zijn er, in mijn volgende blog zal ik daar op ingaan.




http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202

zondag 9 juni 2013

Debat (1)


Afgelopen week een dagje doorgebracht achter de computer. De Eerste Kamer debatteerde in aanwezigheid van minister Plasterk een middag en avond over het Koninkrijk. Fascinerend om op 9000 kilometer afstand mee te kijken in de stijlvolle vergaderzaal. Live. De leden van de commissie Koninkrijksrelaties bezochten begin januari de zes eilanden en aan hun bijdragen en vragen was te merken dat dat bezoek niet voor niets is geweest. Maar het meest interessant waren de antwoorden van de minister: wat hij zei maar vooral ook waar hij liever niet over wilde praten. 

Over één ding was de minister heel duidelijk: Nederland wil af van het Statuut of beter gezegd het artikel dat betrekking heeft op de 'waarborgfunctie'. 'Nederland zal nooit meer ingrijpen'. Volgens Plasterk moet van artikel 43 vooral een preventieve werking uit gaan. Het antwoord van de minister maakt ook duidelijk dat de herhaalde dreigementen van zijn voorganger Spies vorig jaar aan het Curaçaose kabinet om de 'aanwijzing' op te volgen op drijfzand berustten. Dreigende woorden: wanneer Curaçao de opdracht van de Rijksministerraad om tot een sluitende begroting te komen niet opvolgt, dan…. Er blijkt dus geen 'dan' te zijn. Een wet zonder handhaving stelt niets voor, de preventieve werking van artikel 43 is daarmee in feite buiten werking gezet. Voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten is dat een belangrijk signaal, de landen kunnen hun gang gaan. For better, for worse. Nederland kan en wil niet ingrijpen.
 
Een terugkerend onderwerp in het debat is integriteit, een onderwerp waarvoor Plasterk in Nederland verantwoordelijk is. De minister noemt dat 'zijn grootste hoofdbreken'. Zijn invalshoek laat geen misverstand over het belang dat hij aan integriteit hecht. Het is volgens de minister fundamenteel dat we in de landen van het Koninkrijk een politiek bestuur hebben dat voldoet aan de gewone eisen van de rechtsstaat, inclusief de integriteit. 'Als dat er is, kun je van daaruit nog wel over zaken van mening verschillen, maar dan kom je er wel uit'.  

Toch geeft de minister geen antwoord op de vraag van VVD-senator Van Kappen. Die stelde dat je wel kunt praten over integriteit binnen de landen maar hoe zit dat eigenlijk op Bonaire. Op Bonaire is Nederland zelf direct verantwoordelijk voor de integriteit van het bestuur. Iedereen weet dat dat daar strafrechtelijke onderzoeken lopen tegen enkele gedeputeerden en eilandraadsleden waarbij hun integriteit in het geding is. Volgens Van Kappen is het zeer wel denkbaar dat uit één of meerdere gerechtelijke vonnissen zal blijken dat de betreffende bestuursleden niet integer zijn. 'Stel dat ondanks een veroordeling deze politici hun functie willen behouden, is de minister dan bereid om in te grijpen?' De minister laat deze expliciete vraag aan zich voorbijgaan, waarop Van Kappen die in tweede termijn nog maar eens herhaalt. De reactie van Plasterk is veelzeggend: hij wil niet ingaan op als/dan vragen, zeker als het zittende bestuurders betreft. 'Het hangt uiteindelijk af van de ernst van de zaak om er een oordeel over te geven. Ik begrijp de vraag, maar ik hoop dat de heer Van Kappen ook begrijpt dat ik hem niet wil beantwoorden'. Om te vervolgen: 'de zorgen van de heer Van Kappen over de integriteit deel ik. Er zijn te veel meldingen dat de bovenwereld en de onderwereld elkaar raken. De georganiseerde misdaad dreigt te dicht bij het openbaar bestuur te komen. Er zijn bendes actief op Sint-Maarten en Curaçao en die hebben een grote invloed. Dat is zorgelijk. Ik weet dat de regeringen die zorg delen, maar daarmee is het nog niet weg. Bonaire is van een andere orde. Van mijn kant heb ik in ieder geval geen redenen om te denken dat daar directe banden zijn met de harde criminaliteit. Daar heb ik geen aanwijzingen voor. Ik wil niet zeggen dat er geen integriteitsissues zijn, maar die zijn er in Nederland ook'. Overigens opmerkelijk dat een minister zich uitspreekt over lopende zaken (Zambezi en Fiji) die nog bij de rechter voor moeten komen. 

Dat er in Nederland integriteitskwesties spelen horen we vrijwel dagelijks in het nieuws. Zo schoot mij het televisieprogramma te binnen waar twee dagen eerder een bekende wethouder en lid van de Eerste Kamer zijn verhaal deed. Na een inval van de Rijksrecherche moest hij zijn functies hangende het onderzoek neerleggen. De man is nog niet eens een officiële verdachte, drie politici op Bonaire zijn dat wel. In Nederland buitelen bestuurders over elkaar heen over taxibonnetjes na cafébezoek, gefingeerde declaraties en billboards tijdens verkiezingen. Iedere politicus - van hoog tot laag - die maar de schijn tegen zich heeft als het om integriteit gaat moet vertrekken uit zijn of haar politieke ambt. Toch zegt minister Plasterk over concrete vragen over Bonaire dat hij niet wil ingaan op zaken die zittende bestuurders betreft 

Wijlen Ien Dales (PvdA), een van de voorgangers van Plasterk als minister van Binnenlandse Zaken, sprak ooit de legendarische woorden: je bent integer of niet, een klein beetje integer bestaat niet. Voor Bonaire is 'een beetje integer' kennelijk goed genoeg. Ontluisterend. De vraag is waar dat nadrukkelijke wegkijken vandaan komt. Het meten met twee maten doet de geloofwaardigheid van Nederland niet bepaald goed, toch blijkt dit voor de minister geen probleem te zijn. Het aardige is dat het debat in de Eerste Kamer vermoedelijk ook een aanwijzing heeft gegeven voor de reden van die opvallende afzijdigheid. Wordt vervolgd!
 
 
 
 
http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202

vrijdag 31 mei 2013

Integriteit


Begin dit jaar had ik een interessante afspraak. Meestal ben ik degene die de vragen stelt, deze keer niet. Wat was er aan de hand?  Eind januari zou minister Plasterk zijn eerste bezoek als bewindspersoon voor Koninkrijksrelaties aan de West brengen. Voor die tijd wilde hij een hoogst gevoelige kwestie op Bonaire uitgezocht hebben. In 'Den Haag' waren signalen binnengekomen over ernstige problemen in het bestuurscollege van Bonaire en de rol daarbij van de Rijksvertegenwoordiger, het hoogste Nederlandse gezag op het eiland. De minister stuurde een ervaren Nederlandse oud-bestuurder, die de Antillen goed kent, als 'verkenner' vooruit. Deze sprak met ruim twintig personen. De reden dat ik ook een uitnodiging kreeg was mijn boek. Ik ben daarin vrij duidelijk hoe essentieel het is dat een Rijksvertegenwoordiger geloofwaardig is. Deze functionaris moet toezicht houden, boven de partijen staan. Onafhankelijk, integer, boven elke twijfel verheven. Minder eenvoudig dan het lijkt in kleinschalige postkoloniale samenlevingen. De Britse regering zoekt voor de belangrijke functie van gouverneur, het hoogste Britse gezag op de dependent territories, ervaren senioren zoals diplomaten, rechters en hoge militairen. Wanneer er twijfels zijn over het functioneren, schromen de Britten ook niet om een gouverneur te vervangen zoals in 2009 op de Caribische Turks & Caicos eilanden.  

Het Nederlandse kabinet benoemde als eerste Rijksvertegenwoordiger een CDA-prominent. Het was duidelijk dat hij, gezien zijn voorgeschiedenis op het eiland, enorm zijn best zou moeten doen om iedere schijn van bevoordeling van zijn politieke vrienden van zusterpartij UPB te voorkomen. Dat is hem niet gelukt, vanaf het begin staat zijn 'onpartijdigheid' ter discussie. In Papiamentstalige media wordt hij tot de dag van vandaag 'Pontius Pilatus' genoemd: wast zijn handen in onschuld, kijkt de andere kant op als het om zijn politieke vrienden gaat.  

Sinds maart 2012 heeft Bonaire een nieuwe gezaghebber, een functie vergelijkbaar met die van een burgemeester. Benoemd na een zorgvuldige selectieprocedure. Een intelligente en moedige vrouw. Deze gezaghebber staat expliciet voor transparantie en integriteit in het openbaar bestuur, zonder aanzien des persoons. Een dappere houding in de politieke en ambtelijke slangenkuil waarin ze terecht is gekomen. Met in haar directe omgeving drie verdachten in strafrechtelijke onderzoeken: de belangrijkste gedeputeerde, de oud-partijleider die ieder moment zijn zetel in de eilandsraad weer kan innemen en de fractievoorzitter van de grootste partij in de eilandsraad. Allemaal lid van de UPB.  Drie maanden geleden schreef ik een blog 'Karaktermoord' over de schandalige manier waarop een aantal politici probeert de gezaghebber uit haar functie te krijgen.  

Een belangrijk moment in de bestuurscrisis was de aangifte die de gezaghebber eind vorig jaar deed over mogelijke strafbare feiten bij het verlenen van een vergunning aan een familielid van een gedeputeerde. Zij had, net als andere functionarissen, haar handtekening gezet maar kreeg even later signalen dat er onregelmatigheden waren. Zij legde het dossier voor aan het Openbaar Ministerie die haar adviseerde aangifte doen. Bij de politie keken ze wel een beetje verbaasd op, een gezaghebber die aangifte doet, dat was nog nooit vertoond. Dat ze dat durfde. De gedeputeerden reageerden woedend en vielen haar in de media genadeloos aan. Ze had er eerst met hen over moeten praten. Iedereen weet wat dat betekent in de Bonairiaanse represaillecultuur, dan was het vast niet tot een aangifte gekomen. De gezaghebber kwam onder vuur, veelzeggend is wat er toen gebeurde. De hoofdofficier en korpschef stelden zich vierkant op achter de gezaghebber en legden publiekelijk uit dat zij correct had gehandeld. De Rijksvertegenwoordiger deelde de mening van de gedeputeerden en deed geen enkele poging de gezaghebber te steunen. Een opmerkelijke stellingname gezien de taakomschrijving van de Rijksvertegenwoordiger om 'al het overige te doen ter bevordering van goed bestuur in de openbare lichamen'. (Wolbes, artikel 204 lid 1i).  

Het onderzoek naar de aangifte is nagenoeg afgerond, binnenkort maakt het OM de resultaten bekend. Mocht hier uit naar voren komen dat ook deze gedeputeerde verdachte is, dan moeten zo ongeveer alle belangrijke (mannelijke) politici  van de UPB voor de rechter verschijnen.   

Ik was natuurlijk nieuwsgierig wat er gedaan zou worden met de bevindingen en aanbevelingen van de 'verkenner'. Hij maakte geen verslag, want dat gaat rondslingeren, maar zou meteen na terugkomst mondeling rapporteren aan de hoogste ambtenaren. Die zouden vervolgens de minister op de hoogte stellen. Deels brisante informatie. Zo is de 'verkenner' ongetwijfeld geïnformeerd over onder andere het feit dat de Rijksvertegenwoordiger heeft geprobeerd te interveniëren in het lopende corruptieonderzoek Zambezi waarin twee UPB-prominenten verdachten zijn.  

Integriteit is in de Nederlandse politiek tegenwoordig een hot item. Zo moeten VVD-politici voortaan een integriteitsverklaring ondertekenen. De Tweede Kamer heeft het als het om Sint Maarten en Curaçao gaat vaak over corruptiebestrijding en de integriteit van politici. Maar dat zijn autonome landen met eigen regeringen waar Nederland geen verantwoordelijkheid voor draagt. Waar het Nederlandse kabinet wel direct verantwoordelijk voor is, is Bonaire, een dorps eiland met 17.500 inwoners. Een eiland dat een schoolvoorbeeld is wat er met een samenleving gebeurt wanneer corruptie jarenlang onbestraft blijft. Ik dacht altijd dat dat zou veranderen met de integratie van Bonaire binnen Nederland, de trieste werkelijkheid is dat die praktijken gewoon doorgaan maar nu met medeweten van Nederland. Ik krijg vaak de vraag hoe het kan dat Nederland, als het om integriteit gaat, zo met twee maten meet. Politici van Sint Maarten en Curaçao wordt de maat genomen terwijl Bonairiaanse politici die officieel verdacht worden van corruptie, witwassen en valsheid in geschrifte door Kamerleden en bewindspersonen met alle egards worden behandeld. Ik kan het in ieder geval niet meer uitleggen.  

Mijn beeld bijna vijf maanden na het bezoek van de 'verkenner' is dat er niets is veranderd. Verbazend. Ja, de Vereniging Nederlandse Gemeenten ondersteunt de gezaghebber met een project om integriteit te bevorderen. Op zich een prima initiatief ware het niet dat politici van de bestuurscoalitie en sommige ambtenaren het integriteitstraject zonder enige scrupule boycotten. En ja, de Rijksdienst Caribisch Nederland heeft een integriteitsfunctionaris aangesteld. Kennelijk denkt de minister dat met een paar cosmetische ingrepen alles weer op zijn pootjes terecht komt. Een illusie. Onderhand zijn er heel wat mensen die weten dat de minister op de hoogte is van een aantal bedenkelijke zaken. Zijn ostentatief afzijdige houding leidt er slechts toe dat uitgerekend een gezaghebber die werkt aan het verbeteren van integriteit en probeert tegen corruptie op te treden langzamerhand vogelvrij wordt verklaard. Onbegrijpelijk!  
 
 
 
http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202