zondag 9 juni 2013

Debat (1)


Afgelopen week een dagje doorgebracht achter de computer. De Eerste Kamer debatteerde in aanwezigheid van minister Plasterk een middag en avond over het Koninkrijk. Fascinerend om op 9000 kilometer afstand mee te kijken in de stijlvolle vergaderzaal. Live. De leden van de commissie Koninkrijksrelaties bezochten begin januari de zes eilanden en aan hun bijdragen en vragen was te merken dat dat bezoek niet voor niets is geweest. Maar het meest interessant waren de antwoorden van de minister: wat hij zei maar vooral ook waar hij liever niet over wilde praten. 

Over één ding was de minister heel duidelijk: Nederland wil af van het Statuut of beter gezegd het artikel dat betrekking heeft op de 'waarborgfunctie'. 'Nederland zal nooit meer ingrijpen'. Volgens Plasterk moet van artikel 43 vooral een preventieve werking uit gaan. Het antwoord van de minister maakt ook duidelijk dat de herhaalde dreigementen van zijn voorganger Spies vorig jaar aan het Curaçaose kabinet om de 'aanwijzing' op te volgen op drijfzand berustten. Dreigende woorden: wanneer Curaçao de opdracht van de Rijksministerraad om tot een sluitende begroting te komen niet opvolgt, dan…. Er blijkt dus geen 'dan' te zijn. Een wet zonder handhaving stelt niets voor, de preventieve werking van artikel 43 is daarmee in feite buiten werking gezet. Voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten is dat een belangrijk signaal, de landen kunnen hun gang gaan. For better, for worse. Nederland kan en wil niet ingrijpen.
 
Een terugkerend onderwerp in het debat is integriteit, een onderwerp waarvoor Plasterk in Nederland verantwoordelijk is. De minister noemt dat 'zijn grootste hoofdbreken'. Zijn invalshoek laat geen misverstand over het belang dat hij aan integriteit hecht. Het is volgens de minister fundamenteel dat we in de landen van het Koninkrijk een politiek bestuur hebben dat voldoet aan de gewone eisen van de rechtsstaat, inclusief de integriteit. 'Als dat er is, kun je van daaruit nog wel over zaken van mening verschillen, maar dan kom je er wel uit'.  

Toch geeft de minister geen antwoord op de vraag van VVD-senator Van Kappen. Die stelde dat je wel kunt praten over integriteit binnen de landen maar hoe zit dat eigenlijk op Bonaire. Op Bonaire is Nederland zelf direct verantwoordelijk voor de integriteit van het bestuur. Iedereen weet dat dat daar strafrechtelijke onderzoeken lopen tegen enkele gedeputeerden en eilandraadsleden waarbij hun integriteit in het geding is. Volgens Van Kappen is het zeer wel denkbaar dat uit één of meerdere gerechtelijke vonnissen zal blijken dat de betreffende bestuursleden niet integer zijn. 'Stel dat ondanks een veroordeling deze politici hun functie willen behouden, is de minister dan bereid om in te grijpen?' De minister laat deze expliciete vraag aan zich voorbijgaan, waarop Van Kappen die in tweede termijn nog maar eens herhaalt. De reactie van Plasterk is veelzeggend: hij wil niet ingaan op als/dan vragen, zeker als het zittende bestuurders betreft. 'Het hangt uiteindelijk af van de ernst van de zaak om er een oordeel over te geven. Ik begrijp de vraag, maar ik hoop dat de heer Van Kappen ook begrijpt dat ik hem niet wil beantwoorden'. Om te vervolgen: 'de zorgen van de heer Van Kappen over de integriteit deel ik. Er zijn te veel meldingen dat de bovenwereld en de onderwereld elkaar raken. De georganiseerde misdaad dreigt te dicht bij het openbaar bestuur te komen. Er zijn bendes actief op Sint-Maarten en Curaçao en die hebben een grote invloed. Dat is zorgelijk. Ik weet dat de regeringen die zorg delen, maar daarmee is het nog niet weg. Bonaire is van een andere orde. Van mijn kant heb ik in ieder geval geen redenen om te denken dat daar directe banden zijn met de harde criminaliteit. Daar heb ik geen aanwijzingen voor. Ik wil niet zeggen dat er geen integriteitsissues zijn, maar die zijn er in Nederland ook'. Overigens opmerkelijk dat een minister zich uitspreekt over lopende zaken (Zambezi en Fiji) die nog bij de rechter voor moeten komen. 

Dat er in Nederland integriteitskwesties spelen horen we vrijwel dagelijks in het nieuws. Zo schoot mij het televisieprogramma te binnen waar twee dagen eerder een bekende wethouder en lid van de Eerste Kamer zijn verhaal deed. Na een inval van de Rijksrecherche moest hij zijn functies hangende het onderzoek neerleggen. De man is nog niet eens een officiële verdachte, drie politici op Bonaire zijn dat wel. In Nederland buitelen bestuurders over elkaar heen over taxibonnetjes na cafébezoek, gefingeerde declaraties en billboards tijdens verkiezingen. Iedere politicus - van hoog tot laag - die maar de schijn tegen zich heeft als het om integriteit gaat moet vertrekken uit zijn of haar politieke ambt. Toch zegt minister Plasterk over concrete vragen over Bonaire dat hij niet wil ingaan op zaken die zittende bestuurders betreft 

Wijlen Ien Dales (PvdA), een van de voorgangers van Plasterk als minister van Binnenlandse Zaken, sprak ooit de legendarische woorden: je bent integer of niet, een klein beetje integer bestaat niet. Voor Bonaire is 'een beetje integer' kennelijk goed genoeg. Ontluisterend. De vraag is waar dat nadrukkelijke wegkijken vandaan komt. Het meten met twee maten doet de geloofwaardigheid van Nederland niet bepaald goed, toch blijkt dit voor de minister geen probleem te zijn. Het aardige is dat het debat in de Eerste Kamer vermoedelijk ook een aanwijzing heeft gegeven voor de reden van die opvallende afzijdigheid. Wordt vervolgd!
 
 
 
 
http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202

vrijdag 31 mei 2013

Integriteit


Begin dit jaar had ik een interessante afspraak. Meestal ben ik degene die de vragen stelt, deze keer niet. Wat was er aan de hand?  Eind januari zou minister Plasterk zijn eerste bezoek als bewindspersoon voor Koninkrijksrelaties aan de West brengen. Voor die tijd wilde hij een hoogst gevoelige kwestie op Bonaire uitgezocht hebben. In 'Den Haag' waren signalen binnengekomen over ernstige problemen in het bestuurscollege van Bonaire en de rol daarbij van de Rijksvertegenwoordiger, het hoogste Nederlandse gezag op het eiland. De minister stuurde een ervaren Nederlandse oud-bestuurder, die de Antillen goed kent, als 'verkenner' vooruit. Deze sprak met ruim twintig personen. De reden dat ik ook een uitnodiging kreeg was mijn boek. Ik ben daarin vrij duidelijk hoe essentieel het is dat een Rijksvertegenwoordiger geloofwaardig is. Deze functionaris moet toezicht houden, boven de partijen staan. Onafhankelijk, integer, boven elke twijfel verheven. Minder eenvoudig dan het lijkt in kleinschalige postkoloniale samenlevingen. De Britse regering zoekt voor de belangrijke functie van gouverneur, het hoogste Britse gezag op de dependent territories, ervaren senioren zoals diplomaten, rechters en hoge militairen. Wanneer er twijfels zijn over het functioneren, schromen de Britten ook niet om een gouverneur te vervangen zoals in 2009 op de Caribische Turks & Caicos eilanden.  

Het Nederlandse kabinet benoemde als eerste Rijksvertegenwoordiger een CDA-prominent. Het was duidelijk dat hij, gezien zijn voorgeschiedenis op het eiland, enorm zijn best zou moeten doen om iedere schijn van bevoordeling van zijn politieke vrienden van zusterpartij UPB te voorkomen. Dat is hem niet gelukt, vanaf het begin staat zijn 'onpartijdigheid' ter discussie. In Papiamentstalige media wordt hij tot de dag van vandaag 'Pontius Pilatus' genoemd: wast zijn handen in onschuld, kijkt de andere kant op als het om zijn politieke vrienden gaat.  

Sinds maart 2012 heeft Bonaire een nieuwe gezaghebber, een functie vergelijkbaar met die van een burgemeester. Benoemd na een zorgvuldige selectieprocedure. Een intelligente en moedige vrouw. Deze gezaghebber staat expliciet voor transparantie en integriteit in het openbaar bestuur, zonder aanzien des persoons. Een dappere houding in de politieke en ambtelijke slangenkuil waarin ze terecht is gekomen. Met in haar directe omgeving drie verdachten in strafrechtelijke onderzoeken: de belangrijkste gedeputeerde, de oud-partijleider die ieder moment zijn zetel in de eilandsraad weer kan innemen en de fractievoorzitter van de grootste partij in de eilandsraad. Allemaal lid van de UPB.  Drie maanden geleden schreef ik een blog 'Karaktermoord' over de schandalige manier waarop een aantal politici probeert de gezaghebber uit haar functie te krijgen.  

Een belangrijk moment in de bestuurscrisis was de aangifte die de gezaghebber eind vorig jaar deed over mogelijke strafbare feiten bij het verlenen van een vergunning aan een familielid van een gedeputeerde. Zij had, net als andere functionarissen, haar handtekening gezet maar kreeg even later signalen dat er onregelmatigheden waren. Zij legde het dossier voor aan het Openbaar Ministerie die haar adviseerde aangifte doen. Bij de politie keken ze wel een beetje verbaasd op, een gezaghebber die aangifte doet, dat was nog nooit vertoond. Dat ze dat durfde. De gedeputeerden reageerden woedend en vielen haar in de media genadeloos aan. Ze had er eerst met hen over moeten praten. Iedereen weet wat dat betekent in de Bonairiaanse represaillecultuur, dan was het vast niet tot een aangifte gekomen. De gezaghebber kwam onder vuur, veelzeggend is wat er toen gebeurde. De hoofdofficier en korpschef stelden zich vierkant op achter de gezaghebber en legden publiekelijk uit dat zij correct had gehandeld. De Rijksvertegenwoordiger deelde de mening van de gedeputeerden en deed geen enkele poging de gezaghebber te steunen. Een opmerkelijke stellingname gezien de taakomschrijving van de Rijksvertegenwoordiger om 'al het overige te doen ter bevordering van goed bestuur in de openbare lichamen'. (Wolbes, artikel 204 lid 1i).  

Het onderzoek naar de aangifte is nagenoeg afgerond, binnenkort maakt het OM de resultaten bekend. Mocht hier uit naar voren komen dat ook deze gedeputeerde verdachte is, dan moeten zo ongeveer alle belangrijke (mannelijke) politici  van de UPB voor de rechter verschijnen.   

Ik was natuurlijk nieuwsgierig wat er gedaan zou worden met de bevindingen en aanbevelingen van de 'verkenner'. Hij maakte geen verslag, want dat gaat rondslingeren, maar zou meteen na terugkomst mondeling rapporteren aan de hoogste ambtenaren. Die zouden vervolgens de minister op de hoogte stellen. Deels brisante informatie. Zo is de 'verkenner' ongetwijfeld geïnformeerd over onder andere het feit dat de Rijksvertegenwoordiger heeft geprobeerd te interveniëren in het lopende corruptieonderzoek Zambezi waarin twee UPB-prominenten verdachten zijn.  

Integriteit is in de Nederlandse politiek tegenwoordig een hot item. Zo moeten VVD-politici voortaan een integriteitsverklaring ondertekenen. De Tweede Kamer heeft het als het om Sint Maarten en Curaçao gaat vaak over corruptiebestrijding en de integriteit van politici. Maar dat zijn autonome landen met eigen regeringen waar Nederland geen verantwoordelijkheid voor draagt. Waar het Nederlandse kabinet wel direct verantwoordelijk voor is, is Bonaire, een dorps eiland met 17.500 inwoners. Een eiland dat een schoolvoorbeeld is wat er met een samenleving gebeurt wanneer corruptie jarenlang onbestraft blijft. Ik dacht altijd dat dat zou veranderen met de integratie van Bonaire binnen Nederland, de trieste werkelijkheid is dat die praktijken gewoon doorgaan maar nu met medeweten van Nederland. Ik krijg vaak de vraag hoe het kan dat Nederland, als het om integriteit gaat, zo met twee maten meet. Politici van Sint Maarten en Curaçao wordt de maat genomen terwijl Bonairiaanse politici die officieel verdacht worden van corruptie, witwassen en valsheid in geschrifte door Kamerleden en bewindspersonen met alle egards worden behandeld. Ik kan het in ieder geval niet meer uitleggen.  

Mijn beeld bijna vijf maanden na het bezoek van de 'verkenner' is dat er niets is veranderd. Verbazend. Ja, de Vereniging Nederlandse Gemeenten ondersteunt de gezaghebber met een project om integriteit te bevorderen. Op zich een prima initiatief ware het niet dat politici van de bestuurscoalitie en sommige ambtenaren het integriteitstraject zonder enige scrupule boycotten. En ja, de Rijksdienst Caribisch Nederland heeft een integriteitsfunctionaris aangesteld. Kennelijk denkt de minister dat met een paar cosmetische ingrepen alles weer op zijn pootjes terecht komt. Een illusie. Onderhand zijn er heel wat mensen die weten dat de minister op de hoogte is van een aantal bedenkelijke zaken. Zijn ostentatief afzijdige houding leidt er slechts toe dat uitgerekend een gezaghebber die werkt aan het verbeteren van integriteit en probeert tegen corruptie op te treden langzamerhand vogelvrij wordt verklaard. Onbegrijpelijk!  
 
 
 
http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202

 

   

 

 

woensdag 24 april 2013

Goochelen met Getallen (2)


In mijn vorige blog heb ik het gehad over de premie- en belastingopbrengsten van de BES-eilanden. Op basis van de gegevens van de Belastingdienst blijkt dat deze opbrengsten in 2011 € 86 miljoen en in 2012 € 90 miljoen waren. En niet 60 miljoen euro zoals minister Plasterk meldde in de Tweede Kamer. Voor de volledigheid, de Rijksbegroting raamt voor 2013 de inkomsten vanuit de BES-eilanden op € 92 miljoen.

Veel lastiger is het om er achter te komen wat Nederland uitgeeft aan de BES-eilanden. De Tweede Kamer heeft al in 2011 in een motie gevraagd om een overzicht van het geld dat de Rijksoverheid aan de BES-eilanden uitgeeft. Pas voor dit begrotingsjaar hebben de ministeries opgegeven hoeveel geld in hun begroting voor de drie eilanden is opgenomen: € 234 miljoen. ( http://www.eerstekamer.nl/behandeling/20120918/memorie_van_toelichting_7/document3/f=/vj30e2qub5zm.pdf ).

Maar wat betekent die € 234 miljoen eigenlijk, is dat veel of weinig? Kijkend naar het aantal inwoners op de BES-eilanden geeft de Rijksoverheid € 10.000 per hoofd van de bevolking uit. Dat is minder dan Europees Nederland waar € 15.000 per inwoner wordt uitgegeven. Stel dat de Rijksoverheid ook € 15.000 per BES-inwoner zou uitgeven dan zou er geen € 234 miljoen op de Rijksbegroting staan maar € 346 miljoen. Vanuit dit perspectief worden de BES-eilanden dus zuinig bedeeld.   

Een groot probleem met het beoordelen van de verschillende begrotingen is dat de opgevoerde bedragen onderling niet vergelijkbaar lijken te zijn. Sommige ministeries nemen zowel eenmalige als structurele uitgaven op in hun begroting, terwijl andere ministeries de eenmalige uitgaven verantwoorden via hun baten-lasten dienst en uitsluitend werken met de structurele gevolgen daarvan voor hun begroting. Als de eenmalige kosten buiten beschouwing blijven is de bijdrage van Nederland aanzienlijk lager dan € 234 miljoen. 

Toch leveren de verschillende begrotingen interessante informatie op. De ministeries die het meeste geld uitgeven op de BES-eilanden zijn Volksgezondheid en Onderwijs. Volksgezondheid is van plan in 2013 € 77 miljoen (33% van de begroting) uit te geven. Onderwijs staat met € 52 miljoen (22%) op de tweede plaats. Naar Veiligheid en Justitie gaat € 32 miljoen (14%), eenzelfde bedrag wordt uitgegeven aan het BES-fonds (14%). Een opmerkelijk verschil met Nederland zijn de uitgaven van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In Nederland staat dit ministerie met 28% van de totale uitgaven op de tweede plaats, op de begroting van de BES-eilanden gaat slechts 9% naar sociale zekerheid. Relatief weinig geld, zeker tegen de achtergrond van de grote armoedeproblematiek op de eilanden. 

Niet alleen de omvang van bedragen die de ministeries aan de eilanden uitgeven is van belang: wat vooral relevant is waar dat geld aan wordt uitgegeven. Een voorbeeld. Het ministerie van Onderwijs heeft enkele jaren geleden vastgesteld wat de problemen zijn. Op basis daarvan zijn verbeterplannen gemaakt. Deze week werd voor de tweede keer een Onderwijsconferentie gehouden - op Saba - waarbij in aanwezigheid van honderd betrokkenen de resultaten zijn besproken. Die systematische aanpak is ook terug te zien in de begroting van Onderwijs: in 2013 wordt op de BES-eilanden procentueel bijna twee keer zoveel geld aan onderwijs uitgeven als in Europees Nederland. Uit de begroting blijkt wat daar de reden van is: het 'verbetertraject' zoals de bouw van nieuwe scholen en extra begeleiding in het onderwijs. Er zijn vele miljoenen mee gemoeid maar wanneer de verbeteringen zijn gerealiseerd is het ook afgelopen. Resultaat is dat in 2017 aan onderwijs in Europees en Caribisch Nederland procentueel ongeveer even veel worden uitgegeven. Een duidelijk verhaal.  

Die transparantie staat in schrille tegenstelling tot de begroting van Volksgezondheid, met kop en schouder het ministerie dat het meeste geld aan de BES besteed. Terwijl voor alle ministeries te achterhalen is waar het geld aan wordt uitgegeven, is de begroting van Volksgezondheid uiterst ondoorzichtig. Jeugdzorg en Ziektepreventie worden apart genoemd, maar dat zijn minimale kosten vergeleken met de grootste post Zorguitgaven. Die staan in 2013 voor € 71 miljoen op de begroting. Zonder enige uitleg. Een black box. Geen specificatie naar eerste,- of tweedelijnszorg, geneesmiddelen, tandheelkunde, overhead enz. enz. Bovendien blijft de post Zorguitgaven maar oplopen: van 71 miljoen euro in 2013 tot 96 miljoen in 2017. De vraag is welk beleid en ambitieus verbeterplan aan die kostenstijging ten grondslag liggen? In dat verband is het opmerkelijk dat minister Schippers in haar brief van 24 april 2013 meldt dat 'het Zorgverzekeringskantoor BES bovendien is gevraagd een zorgplan te maken voor de periode 2013-2017, maar dat de ontwikkeling daarvan pas kort geleden is begonnen'. Raar verhaal. Het ministerie van Volksgezondheid (een 'gezant') is al in 2009 gestart met het ontvouwen van de Haagse plannen voor de gezondheidszorg op de BES.   

Het aandeel van Volksgezondheid kan nog wat scherper in perspectief worden gezet: in 2013 gaat 33% van de 'BES-begroting' naar Volksgezondheid, in 2017 loopt dat op tot maar liefst 43%. Het maakt tegelijkertijd de bezuinigingen die minister Schippers wil doorvoeren zo bedenkelijk: mijn beeld is dat de kosten voor de eerstelijnszorg (bijvoorbeeld huisarts, tandarts, fysiotherapie) redelijk in beeld zijn maar hoe zit dat eigenlijk met de tweedelijnszorg: vooral de kosten die zijn gemoeid met ziekenhuis Mariadal. Hoe kan het dat dit ziekenhuis de salarissen met 10% heeft verhoogd terwijl tegelijkertijd dit jaar één miljoen euro moet worden bezuinigd door zorgverleners in de eerstelijnszorg. Wat moet een klein ziekenhuis met 90 bedrijfsauto's? 

In de zoektocht naar meer inzicht in de kosten die de Rijksoverheid voor de BES-eilanden maakt, heb ik deze week verzoeken gericht aan drie ministers op grond van de Wet Openbaarheid Bestuur, de meeste vragen zijn naar het ministerie van Volksgezondheid.  

Nog een laatste detail. Veel mensen hebben het ongemakkelijke gevoel dat de lokale overheid niets meer heeft te zeggen, dat Nederlandse ambtenaren de dienst op de eilanden uitmaken. Een analyse van de Rijksbegroting bevestigt dat beeld. Van de  € 234 miljoen op de 'BES-begroting', gaat € 32 miljoen  (14%) naar de eilandelijke overheden als Vrije Uitkering (BES-fonds). De rest is 'wie betaalt, bepaalt'. Anders gezegd: de uitspraak van voormalig BES-commissaris Henk Kamp 'uw lokale overheid is de belangrijkste overheid' blijkt een sprookje te zijn.  




http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202

zaterdag 20 april 2013

Goochelen met Getallen


Op 20 maart 2013 vergaderde de commissie Koninkrijksrelaties van de Tweede Kamer met Plasterk. Over de financiële situatie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Interessante cijfers. Nederlandse ministeries hebben voor 2013 in totaal € 230 miljoen op de begroting staan voor de BES-eilanden. Een hoop geld roept het ene Kamerlid, ongeveer € 10.000 per inwoner. Een ander Kamerlid merkt op dat de Nederlandse overheid € 15.000 per Europese Nederlander uitgeeft. De minister antwoordt dat er natuurlijk ook geld van de eilanden binnenkomt aan belasting en premies: ongeveer € 60 miljoen euro. Conclusie in de Kamer: de BES-eilanden kosten de Nederlandse belastingbetaler per saldo € 170 miljoen. Dat getal zet zich vast in het geheugen van veel mensen aan beide zijden van de oceaan. Veel geld hè, we moeten toch maar blij zijn dat Nederland zo veel geld is ons steekt.

Maar kloppen die cijfers eigenlijk wel? Ik heb als zo vaak verschillende getallen voorbij zien komen, hoe zit het nu echt? Onlangs heb ik - samen met Wietze Koopman die regelmatig over het nieuwe belastingsysteem heeft geschreven - een verzoek ingediend bij de Belastingdienst Caribisch Nederland. Een officieel verzoek, op de grond van de Wet Openbaar Bestuur, naar de opbrengsten van belastingen en premies in 2010, 2011 en 2012. Deze week kregen we de cijfers, de op kasbasis gerealiseerde opbrengsten.

Nog even terug naar 2010. In het oude Nederlandse-Antilliaanse belastingstelsel leverden de BES-eilanden het land NA op jaarbasis $ 52 miljoen. Afspraak was dat de totale opbrengst van het nieuwe BES-belastingstelsel ook ongeveer $ 52 miljoen zou moeten zijn. Bovendien zou de totale lastendruk (belastingen en premies) gelijk blijven. Maar in de zomer van 2011 bleek dat er meer belastinggeld binnenkwam dan gedacht: $ 63 miljoen dollar in plaats van de oorspronkelijk geraamde $ 52 miljoen. Staatssecretaris Weekers van Financiën besloot tot een lastenverlichting van bijna vier miljoen dollar en na een inflatiecorrectie van nog eens drie miljoen bleef er $ 5 miljoen over voor een verdere lastenverlichting. In de Tweede Kamer morden sommige politici over die lastenverlichting. Hoezo? Waarom moet de meeropbrengst teruggeven worden aan burgers en bedrijven op de BES-eilanden? We maken toch ook veel kosten voor de eilanden. Maar Weekers hield voet bij stuk, dit was nou eenmaal de afspraak die was gemaakt.
 

Uit de cijfers die we van de Belastingdienst hebben ontvangen blijkt een gegoochel met getallen in 'Den Haag'. Onthutsend. Minister Plasterk heeft de Tweede Kamer op 20 maart op zijn minst onvolledig voorgelicht met 60 miljoen euro aan belasting- en premieopbrengsten.

Wat zijn de gerealiseerde opbrengsten in 2011 en 2012 dan wel? Fasten your seatbelts! De opbrengst van belastingen (direct en indirect) en premies bedroeg in 2011 $ 112 miljoen en in 2012 $ 117 miljoen. Omgerekend naar euro's (koers 1,3) brachten de BES-eilanden de afgelopen twee jaar € 86 miljoen en € 90 miljoen in het laatje van de Rijksoverheid. Ik begrijp nu ook waarom ik al twee jaar lang worstel met de cijfers. Het ziet er naar uit dat er eigenlijk al vanaf het begin alleen rekening is gehouden met belastingen (direct en indirect) en niet met premies. Ook de discussies met politiek Den Haag over het 'dure leven' komen ineens in een ander licht te staan.

Burgers en bedrijven betalen niet alleen belasting en premies aan de Rijksoverheid, ook betalen zij belastingen die door de lokale overheid worden opgelegd. Denk aan erfpacht en motorrijtuigenbelasting. Het totale bedrag dat aan 'de overheid' moet worden betaald heet de collectieve lastendruk. Wat is die op de BES-eilanden? Een jaar geleden deed bureau Ecorys een onderzoek naar de koopkracht. De onderzoekers constateerden dat de collectieve lastendruk op de drie eilanden in 2011 fors was gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. Van 25,7% in 2010 tot 32.6% in 2011. Ecorys maakte gebruik van voorlopige cijfers over de belastingopbrengsten in 2011. Nu we weten wat de gerealiseerde opbrengst is, blijkt dat de collectieve lastendruk in 2011 nog hoger was dan door Ecorys vastgesteld: het juiste cijfer is 33,8%.

Wat betekent dit concreet? Op de BES-eilanden ging in 2010 van iedere $100 dollar er $ 25,70 naar de overheid, in 2011 ging van iedere $100 er $33,80 naar de overheid. Tegelijk zijn de ook de prijzen voor het levensonderhoud sinds 2011 enorm gestegen. In feite is dit in een notendop het verhaal van de toenemende armoede op de drie eilanden. Een vergelijking helpt soms om zaken nog wat scherper te krijgen. In 2011 bedroeg de collectieve lastendruk in Europees Nederland 37,2% dat wil zeggen 3,4% hoger dan in Caribisch Nederland. Maar de burgers in Europees Nederland hebben wel huursubsidie, kinderbijslag, een prachtig wegennet, iedere dag water uit de kraan, riolering, openbaar vervoer enz. enz.

Het is ronduit ontluisterend dat een coördinerend minister maar wat roept als het gaat om de financiën van de BES-eilanden. Dat niet alleen, ook dat Kamerleden geen boodschap lijken te hebben aan eerder gemaakte bestuurlijke afspraken.

Er is iets grondig mis!
 
 
 

zaterdag 13 april 2013

Paradise lost?


Twee gewelddadige overvallen binnen enkele uren. Drie gewonden. Bloederige foto's. Een oude dame vastgebonden terwijl de overvallers haar winkel en huis doorzoeken. Afschuwelijk. Zeven overvallen binnen tweeënhalve week.

Gisteren organiseerde korpschef Jan Rooijakker een persconferentie over de golf van overvallen die Bonaire in zijn greep heeft. De overvallen zijn geen 'incident' meer maar een 'probleem'. Dat vraagt om een andere aanpak. De politie heeft een apart team gevormd dat rechtstreeks rapporteert aan de korpschef en hoofdofficier van justitie David van Delft. Belangrijk zijn ook de cijfers: dit jaar zijn er tot april 15 berovingen geweest, in 2012 waren dat er 13 en in 2011 nog 11. Twee jaar geleden was de recherche op slechts 30 procent van zijn sterkte, nu op 75 procent.

De overvallen passen in een verontrustende toename van de criminaliteit. Opvallend is dat zowel Van Delft als Rooijakker expliciet een verband leggen met het 'dure leven' en de toenemende armoede. Overvallers nemen behalve de laptop en televisie ook de inhoud van de koelkast mee. Eten voor thuis.

Niet alleen op Bonaire, ook op Sint Eustatius en Saba neemt de criminaliteit toe. Zo voorspelbaar. De kloof tussen rijk en arm, tussen mensen die het dure leven wél en degenen die dat niet kunnen betalen, wordt steeds groter. Dat zet kwaad bloed. Terwijl een deel van de autochtone bevolking verarmt, komen er vanuit Europees Nederland nieuwe welgestelde inwoners binnen die Bonaire als 'hun' eiland beschouwen. In huizen wonen die voor de lokale bevolking onbetaalbaar zijn en die kunnen kopen wat ze willen. Geen flauw idee hebben van de ingewikkelde samenleving waar ze terecht zijn gekomen: 'dit is Nederland'. Dat is vragen om problemen.

De korpschef stelt terecht dat criminaliteit in de samenleving begint en dat er een taak ligt voor ouders, scholen, sportverenigingen. Maar er is meer aan de hand. Wat ik het meest verontrustend vind is de toename van geweld. Waarom niet alleen iemand van zijn spullen beroven maar ook flink slaan en steken? Waar komt die meedogenloosheid vandaan? De daders hebben er ook zichzelf mee want als ze gepakt worden, vallen hun straffen flink hoger uit. Het lijkt wel alsof ze dat niet kan schelen, onverschillig, het maakt toch niet uit. Misschien is dat ook wel zo. De integratie binnen Nederland heeft gezorgd voor een cultuurschok. Tegenover verbeteringen in vooral materiële zin, staat het gevoel van ontworteling dat onder veel Bonairianen leeft, het gevoel langzamerhand vreemdeling te worden op eigen eiland. Nu nog de meerderheid, binnenkort niet meer. Er is ook niemand die de onvrede en onderbuikgevoelens serieus bespreekbaar maakt en probeert een helpende hand te reiken.  

Drie van de vijftien overvallen dit jaar zijn opgelost, bij één van de laatste overvallen werden de daders door een efficiënt samenspel tussen politie, media en bevolking binnen een paar uur in de kraag gegrepen. De twee verdachten komen van Curaçao, verbleven al een tijdje op het eiland. Als toeristen. De korpschef bevestigde wat ik al vaker had gehoord; dat behalve lokale daders tegenwoordig ook sprake is van criminaliteitstoerisme. Kom, laten we een paar dagen naar Bonaire gaan om daar onze slag te slaan. Waarom? Dat is niet zo moeilijk te bedenken. Hoofdrol in het criminaliteitstoerisme speelt ongetwijfeld de Bonairiaanse gevangenis, in de volksmond het vijfsterren resort in hartje Kralendijk. Gedetineerden hebben een mooie televisie in de cel, airco in de recreatieruimte en een dagprogramma. En niet onbelangrijk: drie keer per dag eten volgens de Schijf van Vijf. Vaak een beter leven dan thuis. Hoofdofficier Van Delft krijgt af en toe zelfs verzoeken van gevangenen van andere eilanden of ze hun straf op Bonaire mogen uitzitten.

De gevangenis op Bonaire is een juweeltje in de Caribische regio, Nederland is er trots op dat het complex aan internationale normen voldoet. Ik zeg niet dat gevangenen niet goed behandeld moeten worden. Wel dat een gevangenis die qua voorzieningen en veiligheid met kop en schouders boven andere gevangenissen in de regio uitsteekt, een gevaarlijke aantrekkingskracht kan hebben. Het is voor een doorgewinterde overvaller op Curaçao of in Venezuela veel interessanter om op Bonaire overvallen te plegen. Of ze nu meteen op Bonaire of uiteindelijk na een tijdje op Curaçao of elders worden opgepakt, ze komen hier hun straf uitzitten. Calculerende criminelen.


Ik moet eerlijk zeggen dat mij soms een droevig gevoel over de toekomst van Bonaire bekruipt. Paradise Lost. Toch was er op dezelfde dag als de persconferentie van de korpschef een hartverwarmend lichtpuntje. Sinds kort heeft Bonaire een Consumentenbond, Unkobon. Onafhankelijk van de overheid, uniek voor het eiland. De 250 leden betalen jaarlijks een tientje. Eind vorig jaar spande de bond een kort geding aan tegen het Water- en Elektriciteitsbedrijf over een tariefsverhoging. Gisteren sloot Celia Fernandes Pedra, de voorzitter van de Consumentenbond, een overeenkomst met de directie van het WEB. Een van de afspraken is dat het energiebedrijf in totaal $100.000 terug betaalt aan alle huishoudens met een elektriciteitsaansluiting, $10 tot $15 per huishouden.

Bonaire is een diep verdeeld eiland waar eigenbelang volop regeert, er is weinig interesse voor het algemeen belang. 'Als het mij maar goed gaat, de rest interesseert me niet'. Het is voor Bonaire bijzonder dat een organisatie zo nadrukkelijk de belangen van iedereen behartigt, niet alleen de belangen van de eigen leden. Het laat ook zien dat burgers, die de moed hebben zich onafhankelijk van de overheid te organiseren, met geduld en de kracht van argumenten resultaten kunnen boeken. Hoopgevend. 

 

 


 

vrijdag 5 april 2013

Flying doctors


'De kosten van medicijnen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn veel te hoog'. Volgens de Bonairiaanse gedeputeerde voor Volksgezondheid Serfilia heeft de Rijksoverheid in 2012 zeven miljoen dollar uitgegeven aan farmaceutische zorg en dat is kennelijk meer dan gedacht. Een wonderlijk bericht, ik begrijp er niets van. In 2010 hielden Haagse ambtenaren de lokale apothekers voor dat Nederland de beste farmaceutische zorg ter wereld heeft, die moest er dus ook op de BES-eilanden komen. Dat betekende wel nationalisatie van apotheken, die onderdeel werden van het ziekenhuis Mariadal, én een ander voorschrijfgedrag van artsen. Voortaan de goedkopere generieke medicijnen in plaats van spécialités, de duurdere merkgeneesmiddelen. Een verandering die bij veel patiënten tot onzekerheid leidde. Een jaar geleden las ik nog een juichend artikel dat de introductie van generieke medicijnen tot een besparing van zestig procent had geleid. Overigens betekent zeven miljoen dollar voor 22.000 inwoners een gemiddelde van $ 318 (€ 245). Dat valt mee vergeleken met het Nederlandse gemiddelde van € 347 per inwoner in 2010. Het Nederlandse cijfer heeft bovendien alleen betrekking op geneesmiddelen die door gewone apotheken zijn verstrekt, de ziekenhuisapotheken vallen er buiten.

De gezondheidszorg op de BES staat onder druk met de door minister Edith Schippers aangekondigde bezuinigingen. Om te beginnen twee miljoen dollar in 2013. Maar bezuinigen kan ook een impuls zijn om het door Nederland in 2011 bedachte systeem van gezondheidszorg eens grondig tegen het licht te houden. Een onafhankelijke blik: werkt het in de praktijk zoals gepland, is dit het eindmodel? Hoe blijven de kosten beheersbaar? Maar er zijn meer vragen die gesteld kunnen worden. Ik volg de veranderingen in de gezondheidzorg op de BES-eilanden al vanaf 2009 toen een 'gezant' van het ministerie van Volksgezondheid in een interview met Medisch Contact de huisartsen op Bonaire met denigrerende uitspraken in de gordijnen joeg. Wat me langzamerhand is gaan opvallen is dat het er op lijkt dat de arts-patiënt relatie op de BES-eilanden van ondergeschikt belang lijkt te zijn.

Een van de keuzes in de huidige opzet van de gezondheidszorg is de Nederlandse scheiding tussen eerste lijn (huisarts) en tweede lijn (medisch specialisten). Maar werkt dat op een klein eiland in een tropisch klimaat 9000 kilometer verder? Om te zorgen voor meer medische specialismen is het ziekenhuis op Bonaire een samenwerkingsverband aangegaan met academische ziekenhuizen in Nederland. Iedere drie tot zes maanden worden nieuwe artsen ingevlogen. 'Heb je altijd al een keer in het buitenland willen werken, dan is dit je kans!' Veelbelovende advertenties. Voor vooral jonge artsen een aantrekkelijk avontuur. Maar aan het invliegen van Nederlandse artsen kleeft ook een groot nadeel. Hoe moet een patiënt een vertrouwensrelatie opbouwen met een arts die bij een volgend consult al weer terug is naar Nederland, dat is wel erg vrijblijvend.

In het verleden gingen patiënten naar de specialist op Curaçao of specialisten kwamen op vaste dagen naar Bonaire om spreekuur te houden. Patiënten die jarenlang hun 'eigen' specialist hadden moesten daar afscheid van nemen en zijn nu vaak aangewezen op steeds weer een andere specialist. De eerste gynaecoloog die een zwangere vrouw aan het begin van haar zwangerschap ziet, is meestal niet degene die haar bevalling begeleidt.

Er zijn boekenkasten vol geschreven over het belang van een goede arts-patiënt relatie. Patiënten, zeker degenen die hun specialist vaker zien, moeten vertrouwen hebben in hun behandelend arts. Zich veilig voelen. Alles durven zeggen wat voor een diagnose en in het genezingsproces van belang is. Een arts die zijn patiënten vaker ziet, weet wie hij voor zich heeft, hoeft het dossier niet te raadplegen om relevante details te weten. Kan door kennis van achtergronden van de patiënt verbanden leggen bij een diagnose. Dat kan soms levensreddend zijn. Voor een tijdelijk aanwezige arts is het ook niet gemakkelijk; die moet het doen met het dossier dat door voorgangers is opgesteld. Zal ik voor de zekerheid toch ook maar een bloedonderzoek laten doen of foto's laten maken?

Een grote hindernis is ook dat arts en patiënt op Bonaire tegenwoordig vaak letterlijk niet dezelfde taal spreken. Bij eenmalige contacten is dat misschien nog niet zo'n probleem, maar een patiënt zal maar de diagnose kanker krijgen. Het lijkt me vreselijk: een ernstig medisch probleem hebben en daar niet in de taal waarin ik me het beste kan uitdrukken met de dokter over kunnen praten. Zoeken naar de juiste woorden of de hulp van een tolk.

Laat duidelijk zijn, ik heb geen oordeel over de vakbekwaamheid van de uit Nederland ingevlogen artsen. Maar waar over nagedacht zou moeten worden is wat het effect is van de Nederlandse flying doctors. Artsen zijn geen bouwvakkers die je voor drie maanden kunt invliegen maar sleutelfiguren in datgene wat voor iedereen uiteindelijk het belangrijkste is: gezondheid. Er is geen enkele reden om te veronderstellen dat de arts-patiënt relatie op de BES-eilanden minder belangrijk is dan in Nederland.

Misschien moet overwogen worden om deels terug te keren naar de oude situatie waarbij veel meer gebruik wordt gemaakt van specialisten uit Curaçao en Aruba. Het is duidelijk dat minister Schippers geen vertrouwen heeft in het Sint Elisabeth ziekenhuis op Curaçao, dat heeft ze al vaak genoeg gezegd. Het ziekenhuis is inderdaad dringend aan vervanging toe. Maar dat wil niet zeggen dat de specialisten die daar werken niet aan de maat zijn, dat zijn juist vaak aan Nederlandse universiteiten opgeleide artsen. Spreken Papiaments. Waarom geen mix van uit Nederlandse afkomstige artsen die voor een langere periode blijven en medisch specialisten van de zustereilanden die enkele dagen per week naar Bonaire komen. Voor een goede arts-patiënt relatie zou dat wel eens een gezondere en oplossing kunnen zijn. En goedkoper.



http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202

vrijdag 29 maart 2013

Gezondheid boven alles


'Ik schaam mij diep tegenover mijn medeburgers voor de nutteloze uitgaven die tot nu toe aan mij zijn besteed'. Dat hakt er in. Ik lees de reactie op een artikel over de bezuinigingen op de gezondheidszorg op de BES-eilanden met ingehouden adem. Ad van der Lugt. Ik herken zijn naam van eerdere reacties op de nieuwssite www.bonaire.nu. Wat een verhaal. Van der Lugt vertelt onderkoeld hoe hij al een maand in Medellín, Colombia, zit te wachten op behandeling van een tumor in de buurt van zijn keel.  Twee KNO-artsen zagen wel dat het meer was dan een gewone verkoudheid maar wisten niet goed wat te doen. De derde KNO-arts gaat hem behandelen, eindelijk. Facilitair is alles wel goed geregeld, luxe hotel met ontbijt, een chauffeur die je kunt bellen als je naar de dokter moet en 25 dollar zakgeld per dag. Maar wat heb je daar als het om je gezondheid gaat. 'Was ik, zoals mijn KNO-arts op Bonaire verzocht, naar Nederland gestuurd, dan was ik waarschijnlijk allang weer genezen op mijn eiland terug geweest'. Ad schreef dit bericht op 7 januari 2013, zeven weken later vertelt zijn dochter op de site dat haar vader is overleden. 

Vanaf 2011 hebben Bonaire, Sint Eustatius en Saba een compleet nieuw systeem van gezondheidszorg. Het is een opzet waar Haagse topambtenaren hun stempel op hebben gedrukt, de inbreng van lokale expertise was gering. Het Zorgverzekeringskantoor op Bonaire is een soort filiaal van het ministerie van Volksgezondheid in Den Haag. Er zijn veel verbeteringen, vooral op materieel gebied met gloednieuwe medische apparatuur. Zo kwam er deze week een CT-scan, maar er gaan ook dingen mis. Wat ik me steeds vaker afvraag is wie zich daar eigenlijk druk om maakt. Het Zorgverzekeringskantoor kan toch niet als een slager zijn eigen vlees keuren. Is daar geen rol voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg die voor de BES-eilanden op Sint Maarten zit?  

Sinds enige tijd trekt op Curaçao de Inspectie voor de Gezondheidszorg tot buiten het eiland op een positieve manier de aandacht. Vooral door het voortvarende tijdelijke hoofd Jan Huurman. Zo overleed bij een maagverkleiningsoperatie een jonge patiënt, die zaak werd niet bij de Inspectie gemeld. Die stelde op eigen initiatief een onderzoek in en tot nader order worden in de drie Curaçaose ziekenhuizen geen maagverkleiningsoperaties uitgevoerd. De werkwijze van Huurman is niet gericht om schuldigen aan te wijzen maar om het gezondheidszorg systeem te verbeteren, te leren van fouten. De open en communicatieve manier waarop hij te werk gaat werkt bewondering; op Curaçao willen ze meer 'Jan Huurmannen' en ook op Bonaire valt zijn naam regelmatig. 

In Nederland is de mishandeling van een scheidsrechter groot nieuws. Niet op Bonaire. Op 13 oktober 2012 veranderde het leven van veertiger Cedric Soleana, in zijn vrije tijd scheidsrechter bij softbalwedstrijden, voorgoed. Een speler van het verliezende team, een vechtsporter, gaf hem na afloop een klap tegen zijn hoofd. Soleana raakte even bewusteloos en moest naar het ziekenhuis. Wat sindsdien met hem is gebeurd is een verhaal op zich. Hartverscheurend. Een aaneenschakeling van naar het zich laat aanzien medische beoordelingsfouten en bureaucratie bij het Zorgverzekeringskantoor op Bonaire. Zeulen met een patiënt tussen Bonaire en Colombia. Soleana heeft nu drie platen en zes schroeven in zijn rug en moet weer leren praten en lopen. Een paar dagen geleden schreef hij op Facebook dat er opnieuw complicaties zijn, de wanhoop is tussen de regels door te lezen. De reacties op zijn bericht spreken voor zich: 'er moet een onafhankelijk onderzoek komen' en 'we hebben iemand als Jan Huurman nodig'.  

De verbijsterende lotgevallen van Cedric Soleana worden in de Papiamentstalige media al een half jaar gevolgd. Praten kon hij lange tijd niet, tot in de details schreef hij alles op. Kafka op Bonaire. Iedereen op Bonaire kent de goedlachse en gelovige Cedric. Tot de mishandeling was hij, samen met zijn tweelingbroer Eric, het boegbeeld van de actiegroep Bezorgde Bonairianen. Bij het bezoek van koningin Beatrix in oktober 2011 mocht hij haar zelfs een petitie overhandigen. Zorgen over het dure leven, problemen in de gezondheidszorg en de roep om een referendum. Ook in de Nederlandse journaals te zien.  

Een van de vragen die Soleana zich openlijk stelt is waarom hij zo wordt behandeld. Is dit vanwege zijn kritische houding? En het verontrustende is dat hij bepaald niet de enige is die er zo over denkt. Verbazend is in ieder geval de stoïcijnse houding van het ziekenhuis Mariadal en het Zorgverzekeringskantoor. Al maanden geen enkele animo om hun kant van het verhaal te vertellen. Onverschillig. Ik krijg er soms een onbehaaglijk gevoel van: Cedric Soleana is niet de eerste de beste; om die reden mag hij niet beter maar zeker ook niet slechter worden behandeld. Wat gebeurt hier? Waarom neemt niemand het initiatief voor een onafhankelijk onderzoek? 

Eind dit jaar krijgt Bonaire opnieuw koninklijk bezoek. Koning Willem-Alexander en koningin
Máxima. De nieuwe koning heeft een belofte in te lossen. In 2011 was er een opmerkelijk moment. Nadat zijn moeder de petitie in ontvangst had genomen en een kort gesprekje met Soleana voerde, deed prins Willem-Alexander een stapje naar voren. Nam het woord over. 'Ik hoop bij mijn volgende bezoek met u persoonlijk de verbeteringen te kunnen bespreken'.