Op 20 maart 2013
vergaderde de commissie Koninkrijksrelaties van de Tweede Kamer met Plasterk.
Over de financiële situatie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Interessante
cijfers. Nederlandse ministeries hebben voor 2013 in totaal € 230 miljoen op de
begroting staan voor de BES-eilanden. Een hoop geld roept het ene Kamerlid,
ongeveer € 10.000 per inwoner. Een ander Kamerlid merkt op dat de Nederlandse
overheid € 15.000 per Europese Nederlander uitgeeft. De minister antwoordt dat
er natuurlijk ook geld van de eilanden binnenkomt aan belasting en premies:
ongeveer € 60 miljoen euro. Conclusie in de Kamer: de BES-eilanden kosten de
Nederlandse belastingbetaler per saldo € 170 miljoen. Dat getal zet zich vast
in het geheugen van veel mensen aan beide zijden van de oceaan. Veel geld hè,
we moeten toch maar blij zijn dat Nederland zo veel geld is ons steekt.
Maar kloppen die
cijfers eigenlijk wel? Ik heb als zo vaak verschillende getallen voorbij zien
komen, hoe zit het nu echt? Onlangs heb ik - samen met Wietze Koopman die
regelmatig over het nieuwe belastingsysteem heeft geschreven - een verzoek
ingediend bij de Belastingdienst Caribisch Nederland. Een officieel verzoek, op
de grond van de Wet Openbaar Bestuur, naar de opbrengsten van belastingen en
premies in 2010, 2011 en 2012. Deze week kregen we de cijfers, de op kasbasis
gerealiseerde opbrengsten.
Nog even terug
naar 2010. In het oude Nederlandse-Antilliaanse belastingstelsel leverden de
BES-eilanden het land NA op jaarbasis $ 52 miljoen. Afspraak was dat de totale
opbrengst van het nieuwe BES-belastingstelsel ook ongeveer $ 52 miljoen zou
moeten zijn. Bovendien zou de totale lastendruk (belastingen en premies) gelijk
blijven. Maar in de zomer van 2011 bleek dat er meer belastinggeld binnenkwam
dan gedacht: $ 63 miljoen dollar in plaats van de oorspronkelijk geraamde $ 52
miljoen. Staatssecretaris Weekers van Financiën besloot tot een lastenverlichting
van bijna vier miljoen dollar en na een inflatiecorrectie van nog eens drie
miljoen bleef er $ 5 miljoen over voor een verdere lastenverlichting. In de
Tweede Kamer morden sommige politici over die lastenverlichting. Hoezo? Waarom
moet de meeropbrengst teruggeven worden aan burgers en bedrijven op de
BES-eilanden? We maken toch ook veel kosten voor de eilanden. Maar Weekers
hield voet bij stuk, dit was nou eenmaal de afspraak die was gemaakt.

Uit de cijfers
die we van de Belastingdienst hebben ontvangen blijkt een gegoochel met
getallen in 'Den Haag'. Onthutsend. Minister Plasterk heeft de Tweede Kamer op
20 maart op zijn minst onvolledig voorgelicht met 60 miljoen euro aan
belasting- en premieopbrengsten.
Wat zijn de
gerealiseerde opbrengsten in 2011 en 2012 dan wel? Fasten your seatbelts! De
opbrengst van belastingen (direct en indirect) en premies bedroeg in 2011 $ 112
miljoen en in 2012 $ 117 miljoen. Omgerekend naar euro's (koers 1,3) brachten
de BES-eilanden de afgelopen twee jaar € 86 miljoen en € 90 miljoen in het
laatje van de Rijksoverheid. Ik begrijp nu ook waarom ik al twee jaar lang
worstel met de cijfers. Het ziet er naar uit dat er eigenlijk al vanaf het
begin alleen rekening is gehouden met belastingen (direct en indirect) en niet
met premies. Ook de discussies met politiek Den Haag over het 'dure leven'
komen ineens in een ander licht te staan.
Burgers en
bedrijven betalen niet alleen belasting en premies aan de Rijksoverheid, ook
betalen zij belastingen die door de lokale overheid worden opgelegd. Denk aan
erfpacht en motorrijtuigenbelasting. Het totale bedrag dat aan 'de overheid' moet
worden betaald heet de collectieve lastendruk. Wat is die op de BES-eilanden?
Een jaar geleden deed bureau Ecorys een onderzoek naar de koopkracht. De
onderzoekers constateerden dat de collectieve lastendruk op de drie eilanden in
2011 fors was gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. Van 25,7% in 2010 tot
32.6% in 2011. Ecorys maakte gebruik van voorlopige cijfers over de
belastingopbrengsten in 2011. Nu we weten wat de gerealiseerde opbrengst is, blijkt
dat de collectieve lastendruk in 2011 nog hoger was dan door Ecorys
vastgesteld: het juiste cijfer is 33,8%.
Wat betekent dit
concreet? Op de BES-eilanden ging in 2010 van iedere $100 dollar er $ 25,70
naar de overheid, in 2011 ging van iedere $100 er $33,80 naar de overheid.
Tegelijk zijn de ook de prijzen voor het levensonderhoud sinds 2011 enorm
gestegen. In feite is dit in een notendop het verhaal van de toenemende armoede
op de drie eilanden. Een vergelijking helpt soms om zaken nog wat scherper te
krijgen. In 2011 bedroeg de collectieve lastendruk in Europees Nederland 37,2%
dat wil zeggen 3,4% hoger dan in Caribisch Nederland. Maar de burgers in
Europees Nederland hebben wel huursubsidie, kinderbijslag, een prachtig
wegennet, iedere dag water uit de kraan, riolering, openbaar vervoer enz. enz.
Het is ronduit
ontluisterend dat een coördinerend minister maar wat roept als het gaat om de
financiën van de BES-eilanden. Dat niet alleen, ook dat Kamerleden geen
boodschap lijken te hebben aan eerder gemaakte bestuurlijke afspraken.
Er is iets
grondig mis!











