zondag 27 januari 2013

Vierde Wereld


De Vierde Wereld. Nooit eerder van gehoord. Pas een paar weken geleden las ik er over. Over het verschil tussen die andere drie werelden had ik een paar jaar geleden eens een leerzaam gesprek met een consultant op Curaçao. Hij legde het als volgt uit: in de eerste wereld heeft een overheid geld voor investeringen en onderhoud, in de tweede wereld is er geld voor investeringen, maar niet voor onderhoud en in de derde wereld is voor allebei geen geld. Waar horen de Antillen dan thuis? Op de grens van tweede en derde wereld. Eigenlijk is er geen geld voor nieuwe schoolgebouwen, ziekenhuizen en wegen maar met Nederlands ontwikkelingsgeld of geld van Europese Unie is er soms wel geld om te nieuwbouw te plegen. Maar na tien jaar staat alles er deplorabel bij: geen geld voor onderhoud. 

Het begrip vierde wereld wordt tegenwoordig gebruikt om een onderscheid te maken in ontwikkelingslanden: de landen die zich met succes weten te ontwikkelen zijn derde wereld, de vierde wereld zijn de achterblijvers. Daarnaast wordt het begrip 'vierde wereld' gebruikt om in het rijke Westen en Noorden bevolkingsgroepen aan te duiden die onder een vastgestelde armoedegrens leven of gebieden met een structurele achterstand. Ik realiseerde me ineens dat Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES) de kenmerken hebben van een 'vierde wereld'. Binnen het land waar ze sinds 10 oktober 2010 deel van uitmaken: Nederland.
 
 In 2008 stuurden alle Nederlandse ministeries fact findings missies naar de BES-eilanden. Wat is de huidige situatie? Wat is nodig opdat Nederlandse bewindspersonen de ministeriële verantwoordelijkheid voor de eilanden kunnen dragen. Een KLM toestel dat van de landingsbaan zou raken, een brand in de gevangenis, de Tweede Kamer zou niet aarzelen de betreffende ministers voor uitleg te ontbieden. Ik schreef er indertijd een artikel over voor Elsevier over. 'Nederland krijgt er drie prachtige eilanden bij maar het zijn wel derde wereld eilanden met grote achterstanden als gevolg van decennialange verwaarlozing. Reken er maar op dat dat veel geld gaat kosten.' De ambtenaren schrokken inderdaad van de situatie die ze aantroffen. Geen centrale drinkwaterleiding op Sint Eustatius en Saba. Overal asbest. Een schoolgebouw op Bonaire, ooit dertig jaar geleden met Nederlands ontwikkelingsgeld gebouwd, dat daarna nooit meer was onderhouden. Het dak lag los en zou er met een flinke storm naar beneden komen. Termieten waren zo ver gevorderd met het knagen aan de kozijnen dat ramen uit de sponningen vlogen. Tijdens de les. Twee jaar later meldde staatssecretaris Ank Bijleveld-Schouten dat de achterstanden op de BES-eilanden nog groter waren dan gedacht, dat het ook meer ging kosten dan aanvankelijk begroot. Toen hadden de Nederlandse ministeries nog geld, nu moeten ze zwaar bezuinigingen.
 
De vergelijking met de vierde wereld laat me de laatste weken niet los. Dat komt vooral door de bezuinigingen op de gezondheidszorg die minister Edith Schippers heeft aangekondigd. Eerst hebben Haagse ambtenaren het huidige systeem van gezondheidszorg en zorgverzekering op de BES-eilanden (22.000 inwoners) opgedoekt en een nieuw systeem geïntroduceerd. Nu werkt het twee jaar en wordt er al weer het mes ingezet. Louter om budgettaire redenen. De gezondheidszorg op de BES-eilanden is daarmee gereduceerd tot een kostenpost op de begroting van het ministerie van Volksgezondheid. Het belangrijkste argument van de minister is dat zij de aanspraken in Europees en Caribisch Nederland gelijk wil trekken. Waarom eigenlijk?
 
Wat zich wreekt in de discussie over gezondheidszorg, maar ook op andere terreinen, is het gebrek aan visie in politiek Den Haag op de BES-eilanden. Wat willen ze er mee? Ja, Nederland is nu ook een Caribisch land geworden en een direct buurland van Latijns-Amerika, las ik vandaag in een persbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook peinst politiek Den Haag er niet over de inwoners van de BES-eilanden dezelfde sociale en economische rechten te geven als in het Europese deel van Nederland, er is evenmin animo om het bestaansminimum vast te stellen.
 
Het is jammer dat ruim twee jaar na de integratie binnen Nederland, iedereen in 'Den Haag' vergeten lijkt te zijn dat Nederland er drie 'derde wereldeilanden' bij heeft gekregen. Ook op het terrein van gezondheidszorg. Gezien de achterstand is de kans groot dat de impuls die minister Schippers aan de volksgezondheid op de BES-eilanden heeft gegeven een aantal jaren leidt tot een grotere 'consumptie' en dus meer kosten. Omdat mensen voor wie bepaalde behandelingen buiten hun budget lagen, nu ineens wel zorg kunnen krijgen. Soms helpt een vergelijking om zaken in perspectief te zetten. Ik ben op zoek gegaan naar projecten die het Nederlandse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking financiert. Interessant. Nederland bouwt in ontwikkelingslanden ziekenhuizen, scholen, legt waterleidingsystemen aan, investeert in de rechtshandhaving. Voorwaarde is wel 'goed bestuur' anders wordt de hulp stopgezet.
 
Misschien is het tijd voor een fundamentele andere kijk op de BES-eilanden in politiek Den Haag. Er is in aanloop naar de integratie vaak gezegd dat de terugkeer van drie voormalige koloniale eilanden in de schoot van het oude moederland een historische unieke stap was. Net zo bijzonder is het dat een land uit de eerste wereld de directe verantwoordelijkheid krijgt voor een paar derde wereld eilanden. Beschouw Bonaire, Sint Eustatius en Saba als ontwikkelingsgebieden. Bepaal wat het gewenste voorzieningenniveau (gezondheidzorg, onderwijs, infrastructuur, rechtshandhaving) over vijf of tien jaar moet zijn. Wat gaat dat kosten en hoe wordt dat gefinancierd? En laat de eilanden niet om budget 'concurreren' met Nederland, daar is het nog veel te vroeg voor.

Alle Nederlandse departementen hebben zich sinds 2009 op de BES-eilanden gestort. 'Ontwikkelingssamenwerking' niet. Wellicht moet juist de minister met Ontwikkelingssamenwerking in portefeuille de BES-eilanden eens bezoeken.
 
 
 

 

zaterdag 12 januari 2013

Boeman Bonaire

'We hebben niet gekozen voor een band met Bonaire maar met Nederland. Ik ben fed up met Bonaire. Voor alles moeten we daar zijn. We hebben Curaçao ingeruild voor Bonaire'. Kritische geluiden die regelmatig vanaf Sint Eustatius en Saba zijn te horen. Begrijpelijk. Een vergelijking. Neem Texel en een paar Shetland eilanden voor de kust van Schotland. Drie eilanden, 22.000 inwoners. Hemelsbreed 900 kilometer van elkaar. Geen rechtstreekse verbinding. De reis gaat van Texel naar Amsterdam Schiphol en via Edinburgh naar de Schotse eilanden. De twee Shetland eilanden liggen 50 kilometer van elkaar. Dan worden Texel en de twee eilanden in een nieuw staatkundig jasje geperst. Krijgen een gemeenschappelijk politiekorps en parket. Op Texel komt de centrale meldkamer waar alle meldingen van politie, brandweer en ambulance binnenkomen. Ook die van de Shetland-eilanden.

Een wonderlijke constructie? Niemand zal geloven dat dit bestaat. Toch is dit de situatie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES). Drie eilanden die weinig met elkaar hebben. Zelfs de taal niet. Op Sint Eustatius en Saba is de voertaal het zangerige West-Indische Engels, op Bonaire Papiaments. Reizen is omslachtig. Wanneer je van Bonaire naar Saba wilt moet je eerst naar Curaçao, daarna 900 kilometer verder naar Sint Maarten. Vandaar met een klein vliegtuigje of de boot naar Saba. Reizen kost minimaal een dag. Verder naar Sint Eustatius? Eerst terug naar Sint Maarten. Je bent sneller van Bonaire in Amsterdam dan op Saba. Reizen tussen de eilanden is peperduur en vooral weggelegd voor mensen van wie de reiskosten door de overheid worden betaald: politici, ambtenaren en niet te vergeten verdachten die van Sint Eustatius en Saba naar de gevangenis op Bonaire moeten.

Hoe het zo is gekomen? In het kader van de dekolonisatie veegde Nederland in 1954 de zes eilanden in de Caribische zee samen tot het land 'Nederlandse Antillen'. Een onwerkbare constructie; in 1986 mocht Aruba na een jarenlange verbeten strijd voor separacion uit de 'Antillen' stappen. De Antillen van Vijf bleek eveneens geen succes, vooral door de dominante rol van het grootste eiland Curaçao. Op 10 oktober 2010 werd de vlag van het land dat slechts 56 jaar bestond voor de laatste keer gestreken. Curaçao en Sint Maarten werden autonome landen. De 'kleintjes' werden samengevoegd tot de BES-eilanden, drie bijzondere gemeenten van Nederland. In plaats van met Willemstad moesten de eilandsbesturen voortaan zaken doen met Den Haag. In de praktijk werkt het anders. Het grootste eiland Bonaire is met het hoofdkantoor van de Rijksdienst Caribisch Nederland en de meeste rijksambtenaren dominant. Bonaire als de nieuwe boeman.

Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de merkwaardige staatkundige constructie van de BES-eilanden een succes zal worden. Ook de drietalige persberichten die de Rijksdienst Caribisch Nederland uitgeeft zullen geen bijdrage leveren aan 'natievorming'. Was dit dan niet te voorzien? Wie al vroeg een vooruitziende blik had, was de Raad van State. Die adviseerde in 2008 om de eilanden niet te veel in één keurslijf te persen. Maak onderscheid! Stel één uitvoeringscoördinator aan voor Sint Eustatius en Saba samen en één voor Bonaire. En geef de eilanden zoveel mogelijk een eigen relatie met Nederland. Wijze raad. Het kabinet-Balkenende sloeg het advies in de wind en benoemde een maand later Henk Kamp als BES-commissaris.

Het verontrustende gevoel dat me de laatste tijd steeds vaker bekruipt is dat Nederland en de BES-eilanden in een verraderlijke fuik zijn gezwommen. Alle partijen komen steeds meer vast te zitten in het net van de BES-constructie en zijn gevolgen. Wat ontbreekt, is het vermogen om problemen daadwerkelijk te benoemen en te analyseren. Onvermogen en onwil. Symptoombestrijding, zoals een dubbeltje minder accijns op de benzine, geen fundamentele oplossing. Zeker op Bonaire wordt alles meteen politiek gemaakt, tot in het absurde. Er is geen enkele ruimte voor kritische kanttekeningen. Wie dat toch waagt wordt meteen in het kamp van tegenstanders van de staatkundige structuur geplaatst en verketterd. Terwijl iedereen die met gezond verstand en een analytisch oog naar de situatie van en op de BES-eilanden kijkt, kan zien wat er aan de hand is, welke concrete stappen en maatregelen nodig zijn om een way out te vinden.


 
http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202
 

 

 

maandag 7 januari 2013

Shop & Talk


De stemming zit er meteen goed in. ' Kijk, dit betekent het wanneer de eenmalige sanering wordt geschrapt!'. Ik kijk op het scherm van de smartphone van tandarts Eric Hagens. Monden met gebitten of beter gezegd restanten van gebitten komen voorbij. Mensen die nog nooit in hun leven bij de tandarts zijn geweest. Derde wereld plaatjes, in Nederland zal een tandarts zulke gebitten niet vaak meer tegenkomen. Op Bonaire waar het drinkwater nooit is gefluorideerd, de jeugdmondzorg nog in de kinderschoenen staat en veel armoede heerst, zien de tandartsen regelmatig zulke onwaarschijnlijk verwaarloosde gebitten.

Een flinke groep belangstellenden heeft zich verzameld voor Fruteria Shely's. Het is wachten op de leden van de Eerste Kamer die zich met Koninkrijksrelaties bezighouden. Die gaan tien minuten in de winkel rondkijken om een idee te krijgen van de prijzen, daarna kan 'de bevolking'  met hen in gesprek. Twee jaar geleden was er een Walk & Talk met Kamerleden, vorig jaar een Meet & Greet. En nu? De rondtour langs vier supermarkten heeft nog het meest weg van een Shop & Talk. Voorzitter Marijke Linthorst doet haar begroeting in het Papiaments, ze is op cursus geweest. Ze komt luisteren naar de zorgen over het 'dure leven' maar heeft inmiddels ook gehoord over het besluit van minister Schippers van Volksgezondheid om fors te bezuinigen op de BES-eilanden. Vooral voor de patienten van tandartsen en fysiotherapeuten zijn de gevolgen zeer ingrijpend. De Kamerleden horen voor het eerst dat op de BES-eilanden geen mogelijkheid bestaat om aanvullend te verzekeren. Verbaasde blikken bij verhalen over het functioneren van het Zorgverzekeringskantoor: tekortschietende controle op declaraties en onnodig lange -en daarmee dure- uitzendingen naar Colombia. 'Het ZVK weet niet waar het mee bezig is'.   

Bij het volgende bezoek aan de Caribe Supermarkt gaat een delegatie van fysiotherapeuten met de Kamerleden in gesprek. De fysiotherapeuten hadden gevraagd om een apart overleg, maar werden verwezen naar de rondtour langs de supermarkten. Maar het gaat niet alleen over de zorg, er zijn ook gesprekjes over de hoge kosten van het levensonderhoud, de vastgoedbelasting en ik hoor een enthousiast verhaal over de wens om meer zelf op het eiland te verbouwen. De grootste supermarkt op Bonaire, de 'Albert Heijn', zit niet in de toernee maar eigenaar Gerard van der Tweel stapt zelf het pleintje voor de Caribe Supermarkt op om de delegatie de hand te schudden. Hij is een goede bekende.

De Eerste Kamerleden doen zes eilanden in acht dagen aan. Een overvol programma van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Na de Top Supermarkt en een lunch meteen door naar Curaçao.  Bij alle supermarkten was een goede opkomst, de Kamerleden toonden beslist een luisterend oor. Maar zoals Linthorst bij elke supermarkt vertelde: we zijn hier om te luisteren, we hebben invloed, maar de Eerste Kamer is pas aan zet na behandeling van wetsvoorstellen in de Tweede Kamer.  Het is voor de fysiotherapeuten te hopen dat dat nog op tijd is; die verwachten een terugloop van 90% van hun patienten en sluiting van alle praktijken.

http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202

vrijdag 4 januari 2013

Ziektekosten


Januari 2010, een week voor de laatste verkiezingen voor het Antilliaanse parlement. Een volle zaal in Jeugdhuis Jong Bonaire, de Rijksdienst Caribisch Nederland heeft een informatiebijeenkomst georganiseerd. Antilliaanse hapjes en drankjes na afloop. Muziek. Negen van de tien aanwezigen is Europees Nederlands. Ik schuifel voorzichtig naar binnen, op krukken, het gevolg van een gescheurde enkelband. Gevallen bij de Ikea in Amsterdam. Henk Kamp, op dat moment een jaar BES-commissaris, geeft uitleg over de veranderingen die de integratie binnen Nederland met zich mee zal brengen. Iedere zin die hij spreekt wordt door een tolk in het Papiaments vertaald. Veel beloften: alles wordt beter, niets slechter. Nederland wil alleen maar het beste voor de bevolking. Kamp wijst op de betrouwbaarheid van politiek Den Haag: 'afspraak is afspraak'.

Ook de veranderingen in de gezondheidzorg komen aan bod. Kamp heeft twee belangrijke troeven; gepensioneerden hoeven straks geen ziektekostenpremie meer te betalen (wat later niet zo blijkt te zijn) en -wijzend naar mijn ingetapete voet- fysiotherapie wordt in tegenstelling tot Nederland op de BES-eilanden in de nieuwe zorgverzekering wel vergoed. In ieder geval de eerste twintig behandelingen. Applaus. Een aanwezige ambtenaar fluistert me toe dat dat nog niet zeker is, dat is waarschijnlijk een iets te rooskleurig beeld. Uiteindelijk blijken bij de invoering van de zorgverzekering in 2011 de twintig behandelingen te zijn teruggebracht tot negen.

Twee weken geleden, vlak voor Kerst, stuurde minister Edith Schippers van Volksgezondheid een brief over de versobering van de BES-zorgverzekering. Ingangsdatum is januari 2013. Een paar dagen voor invoering, zonder overleg met de beroepsgroepen. De BES-verzekering wordt meer in lijn met de Nederlandse basisverzekering gebracht, de minister gaat ook nog studeren op 'eigen bijdragen' zoals in Nederland. Om er één maatregel uit te lichten: patiënten moeten vanaf nu de eerste twintig behandelingen bij de fysiotherapeut zelf betalen. Wat de minister lijkt te vergeten is dat de meeste Nederlanders op hun basisverzekering een aanvullende verzekering hebben bijvoorbeeld voor fysiotherapie of orthodontie. Op de BES bestaat die mogelijkheid niet. Gisteren sprak ik iemand bij wie vandaag gips wordt verwijderd. Of de noodzakelijke fysiotherapie wordt vergoed, is nog maar de vraag. De huisarts hoopt van wel, de breuk dateert van 2012.

Belangrijkste reden voor het snijden in de zorgverzekering zijn de oplopende kosten van de gezondheidszorg. Het ministerie van Volksgezondheid was in 2011 (het eerste jaar van de nieuwe zorgverzekering) 85 miljoen dollar kwijt aan de gezondheidszorg op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De 22.000 inwoners (en werkgevers) brachten bij elkaar 42.5 miljoen dollar aan ziektekostenpremie in het laatje. Volgens Schippers zijn de kosten in 2012 gestegen tot 100 miljoen dollar, de prognose is 96 miljoen voor 2013 en 131 miljoen in 2016. Overigens kost de gezondheidszorg in Europees Nederland per inwoner bijna twee keer zoveel als op de BES-eilanden.

 Natuurlijk is er niets op tegen om de kosten van de gezondheidszorg kritisch te bekijken maar dan wel fundamenteel. De manier waarop de gezondheidszorg nu is georganiseerd komt uit een Haagse - ambtelijke - koker. In plaats van gebruik te maken van bijvoorbeeld specialisten uit Curaçao en Aruba worden nu vanuit Nederland voortdurend artsen, verpleegkundigen, ambulancepersoneel, echografisten en andere specialismen ingevlogen. Er is niet veel fantasie voor nodig om te bedenken dat de keuze voor deze constructie goud geld kost. Levert de nieuwe opzet van de gezondheidszorg op wat iedereen er van had gedacht, kan het misschien goedkoper? Waarom is de beroepsgroepen op de BES-eilanden niet gevraagd om met voorstellen te komen voor bezuiniging?  

Ook de kosten die minister Schippers noemt zijn ondoorzichtig. Gaat het om structurele of eenmalige kosten? De aanschaf van een CT-scan, nieuwe apparatuur, de verbouwing van het Mariadal ziekenhuis, het zijn allemaal eenmalige kosten en verhullen de werkelijkheid achter de kille cijfers. Wat kost de exploitatie van de dagelijkse gezondheidszorg op de BES-eilanden eigenlijk?  

Wat me al een paar dagen bezighoudt is de vraag hoe er op het ministerie van Volksgezondheid over de BES-eilanden wordt gedacht. Wat betekent wat nu gebeurt? Denken ze echt dat de situatie hier vergelijkbaar is met Nederland, weten ze niet dat de helft van de bevolking onder de armoedegrens leeft, dat voor veel mensen het zelf betalen van bijvoorbeeld de fysiotherapeut onbetaalbaar is? Dat het niet vergoeden van fysiotherapie het einde van deze beroepsgroep betekent?  

In Nederland is het ondenkbaar om een dergelijke ingrijpende versobering 'overnight' te introduceren, op de BES-eilanden is kennelijk een brief en persbericht voldoende.
 
 

zaterdag 20 oktober 2012

Bij de uitreiking van het boek aan Boi Antoin op Bonaire

Dames en heren,

Het is deze week precies vier jaar geleden dat op plantage Aruba rechercheurs met speurhonden de stoffelijke resten van Marlies van der Kouwe vonden. Gruwelijk vermoord. Bijna een maand lang hield haar verdwijning haar familie in een traumatische onzekerheid. Sindsdien komen haar moeder, vader, broer en zus jaarlijks rond de sterfdag van Marlies, op 21 september, naar Bonaire. Ik wil vandaag een speciaal welkom heten aan Lily Wadners, de moeder van Marlies. Zij heeft haar reis naar Bonaire verzet om hier vandaag bij de boekpresentatie te kunnen zijn.

Een paar maanden voor de verdwijning van Marlies van der Kouwe was ik voorzichtig begonnen met het schrijven van de eerste hoofdstukken van een boek over Bonaire. Waarom? Bonaire zou een deel van Nederland worden en dat unieke proces wilde ik vastleggen. Horen, zien en niet zwijgen. Ik wilde schrijven zonder angst voor represailles of dreigementen. Ik dacht wel eens aan een uitspraak uit het handboek journalistiek: 'een goede journalist heeft geen vrienden'.

In het boek vertel ik over mezelf, over de relatie tussen Bonaire en Nederland en Europese Nederlanders maar vandaag wil ik vooral de aandacht vestigen op wat in mijn ogen het belangrijkste verhaal in het boek is; dat is het verhaal van de autochtone bevolking op Bonaire: zwart, bruin en blank voor wie het eiland al generaties lang de navel van de wereld is. En vergis u niet, we hebben het dan nog steeds over de meerderheid van de bevolking op Bonaire.

Voor mij was het een indrukwekkend interview met Miguel Pourier, oud-premier van de Nederlandse Antillen, dat mijn ogen opende. Ik sprak hem eind 2008 over de ingrijpende gevolgen van de aanstaande integratie binnen Nederland. Natuurlijk wil iedereen goed onderwijs, de volksgezondheid op peil en meer veiligheid zei Pourier. Maar Nederland moet niet de verantwoordelijkheid van Bonaire overnemen; hij voorspelde dat hordes Nederlandse ambtenaren Bonaire zouden overspoelen. Het schrikbeeld voor Pourier was dat Bonairianen over tien jaar zouden zeggen dat ze alles hebben maar geen baas meer zijn in eigen huis. Waarom maakte het interview zo'n grote indruk op mij? Pourier zei iets wat ik in alle discussies over de staatkundige structuur nog nooit had gehoord: 'de nieuwe staatkundige status moet in de eerste plaats de lokale bevolking ten goede komen'. Die fundamenteel andere manier van kijken opende mijn ogen voor wat ik het Bonairiaans perspectief noem: de belangen van de lokale bevolking in het staatkundig proces. Een paar weken geleden heb ik Pourier verteld hoezeer het gesprek met hem mij heeft beïnvloed. Zijn antwoord spreekt boekdelen: 'helaas heeft de realiteit mij in het gelijk gesteld en zijn de problemen die ik al in 2007 zag aankomen nu levensgroot aanwezig'.

De tragiek van Bonaire is dat de nieuwe staatkundige positie juist niet goed heeft uitgepakt voor de lokale bevolking. Het is pijnlijk om te zien dat veel Bonairianen, overweldigd door de bruuske vernederlandsing en niet taalvaardig genoeg om zich in het Nederlands te weren, zich steeds meer een vreemdeling op eigen eiland zijn gaan voelen. In feite is de situatie nog erger dan Pourier vreesde. Het is het treurige verhaal van de Gele Zanger, een van de laatste hoofdstukken in het boek.

Tijdens het schrijven van het boek heb ik me vaak verbaasd over de koppige weigering van de UPB om in 2007/2008 een referendum over de voorgenomen integratie binnen Nederland te houden. Zoals het internationaalrechtelijk hoort: niet gekozen politici met hun eigen belangen maar een bevolking zelf maakt keuzes die generaties lang invloed hebben. Dat referendum is er nooit gekomen, toch doen veel mensen- tot in de Tweede Kamer- alsof dat wel zo is. Niet zeuren, u heeft hier bij het referendum in 2004 zelf voor gekozen.

Het voortdurend wegkijken van die ongemakkelijke waarheid heeft alles te maken met de politieke marketing van de integratie binnen Nederland. Linksom of rechts om, het moet een succes zijn. Zowel de Rijksdienst Caribisch Nederland als de overheid van het Eilandgebied en de aan hen gelieerde media laten geen gelegenheid onbenut om de bevolking kritiekloos in een pro-Nederlandse richting te disciplineren. Feiten doen er nauwelijks toe. Iedere gedachte aan een tikkeltje meer op eigen benen staan wordt hardhandig onderdrukt. Kritische geluiden zijn niet welkom en het is veelzeggend dat de laatste tijd een discussie wordt gevoerd over de vrijheid van meningsuiting op Bonaire. De hele samenleving is sinds 2009 op zijn kop gegaan, Bonaire is deel geworden van een land met een totaal andere cultuur en toch is er geen enkele gelegenheid om kwesties die voor veel mensen belangrijk zijn op een open en eerlijke manier - zonder taboes - bespreekbaar te maken.

Vanmorgen las in de NRC een column van Bas Heijne over hoe belangrijk het juist is met elkaar in debat te gaan over belangrijke onderwerpen. De laatste zin van zijn column zou ook voor Bonaire zou kunnen gelden: 'Hoe houden we ons staande in een wereld waarin alles wat voorheen houvast bood (natie, cultuur) op losse schroeven is komen te staan. En als er geen weg terug is, wat is dan de weg vooruit?


http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202

woensdag 10 oktober 2012

Bij de uitreiking van het eerste boek aan mevrouw Cynthia Ortega-Martijn

Dames en heren,

Ik woonde net een paar weken op Bonaire toen de jonge broers Martis werden vermoord. Hun lichamen werden teruggevonden aan de verlaten rotsige oostkust. Geliquideerd. Ik kwam er achter dat een paar jaar eerder ook een Nederlands echtpaar was omgebracht, in het hoofd geschoten. Ik was verwonderd. Wat is hier aan de hand?  Het lijkt wel alsof Bonaire van binnen minder mooi en lieflijk is dan het aan het de buitenkant lijkt.
 
Ik ging op zoek naar informatie over criminaliteit maar die was nauwelijks te krijgen, het leek wel een staatsgeheim. Onwelgevallige informatie, toeristen mogen niet worden afgeschrikt. De moord op de broers heeft overigens een paar weken geleden opnieuw het nieuws gehaald. Dankzij een herzieningsverzoek van advocaat Geert Jan Knoops wordt het rechercheonderzoek uit 2005 de komende maanden als een cold case onderzoek overgedaan. Wanneer u het boek leest zult u begrijpen dat ik niet verbaasd ben dat misschien twee mannen onschuldig zijn veroordeeld.

In het kader van mijn doe-het-zelf journalistieke vorming las ik ook het boek Standplaats Nairobi van Kees Broere, correspondent voor NOS en Volkskrant. Hij schreef iets wat mij in hoge mate intrigeerde. Broere vertelde dat hij zich overal in Afrika een 'vereerde gast' voelde, maar dat dat anders was in Zuid-Afrika. Een citaat: 'Als blanke Nederlander voel ik in Zuid-Afrika de last van de geschiedenis veel sterker op mijn schouders wegen dan in een land als Kenia. De koloniale kater is in Kenia al met al klein gebleken'. Ik vroeg me meteen af hoe dat zou zijn op eilanden die behalve kolonialisme ook slavernij hebben meegemaakt, nooit aan onafhankelijkheid hebben geproefd en altijd met de navelstreng verbonden zijn gebleven met het voormalig moederland.

Dat antwoord kreeg ik al snel. Nederlandse journalisten worden nogal eens met argwaan bejegend, ik had er de eerste jaren ook last van. Op Bonaire, Curaçao, op welk eiland ik ook kwam, regelmatig kreeg ik de vraag voorgelegd hoe lang ik al op Bonaire woonde. 'Het duurt zeker twee jaar voordat Europese Nederlanders iets van de Antillen begrijpen'. En 'wie denk je dat je bent dat je over ons schrijft?' Soms werd die periode opgerekt tot vijf jaar. 'Je denkt wel dat je weet hoe het zit, maar vergeet het maar'.

Eerlijk gezegd begreep ik die meetlat niet zo goed. Als Nederlandse zal het toch niet zo moeilijk zijn de Antillen te doorgronden. Een gemeenschappelijke geschiedenis, de taal, dezelfde koningin. We zijn toch allemaal Nederlanders. Soms voelde ik me ook wel in mijn wiek geschoten. Ik deed mijn best om in te burgeren op een manier die Nederlandse politici ook van buitenlanders vragen. Ik leerde Papiaments, verdiepte me in geschiedenis en cultuur, ging overal naar toe. En dan toch altijd weer die achterdocht. Natuurlijk, er is de met pijnlijke emoties beladen relatie tussen voormalig moederland en kolonie. Maar dat is toch verleden tijd? Wat is hier zo ingewikkeld?

Het heeft een paar jaar geduurd voordat ik begon ik te beseffen dat juist die Nederlandse bril een struikelblok is om goed naar de Antillen te kijken. In mijn hoofd zat het beeld geprent dat Nederland, als voormalig koloniaal moederland, zijn taal en cultuur op de Antillen had achtergelaten. Net als op de Franse en Engelse Caribische eilanden. Als Nederlander denk je gemakkelijk dat je weet hoe het zit, ik had daar  ondanks alle goede bedoelingen ook last van. Pas toen ik langzaam die Nederlandse bril afzette kreeg ik meer zicht op de wereld om me heen. Zo bleek bijvoorbeeld dat Nederland zijn taal en cultuur helemaal niet op de Antillen heeft achtergelaten.

Ik betwijfel of ik geweten had wat ik nu weet wanneer ik niet getuige was geweest van een historisch proces: de integratie van Bonaire binnen Nederland. Historisch omdat niet eerder in de geschiedenis een voormalig koloniaal gebied (Bonaire samen met Sint Eustatius en Saba) terugkeerde in de schoot van het oude moederland. In de dekolonisatiegeschiedenis een tegennatuurlijke beweging; in plaats van meer afstand en meer op eigen benen staan, juist een deel worden van Nederland. Overigens zonder de gelijke sociale en economische rechten als burgers in het Europese deel van Nederland.

De afgelopen jaren bekroop me soms het gevoel dat ik in een antropologisch experiment terecht was gekomen, de kleinschaligheid van Bonaire kwam me daarbij goed van pas. Een antropologisch experiment met als belangrijkste variabele de blootstelling aan Nederlandse invloed. Ik zie het aan  Curaçao. Zoveel mogelijkheden, maar een gekweld eiland, de onbetwiste dramaqueen van het Koninkrijk. Geen enkel Antilliaans eiland is in de geschiedenis zo bloot gesteld geweest aan Nederlandse invloed als Curaçao. Geen enkel eiland is ook zo openlijk anti-Nederlands. Dan Bonaire waar Nederland al decennia lang nauwelijks aanwezig is. Anti-Nederlandse sentimenten zijn er wel, maar diep verscholen. Dan doet Nederland zijn intrede, massief, Haagse ambtenaren onder leiding van speciale commissaris Henk Kamp overspoelen het eiland. Dan blijkt dat de blootstelling aan de intensieve Nederlandse invloed, overigens veel sterker dan ooit op Curaçao, op Bonaire precies dezelfde sentimenten en boosheid oproepen als op Curaçao. Op Sint Eustatius en Saba gebeurt hetzelfde. De pijnlijke conclusie is dat de onvermijdelijke haat-liefdeverhouding tussen voormalig moederland en koloniaal gebied bij te veel invloed gemakkelijk omslaat in pure haat.

Ik weet dat het niet aardig klinkt maar het Koninkrijk doet me vaak denken aan een dysfunctionele familie. Volkomen verziekte verhoudingen, de kans dat het ooit nog goed komt is minimaal. Af en toe staat er iemand op die een verzoeningspoging waagt (zoals de Arubaanse premier Mike Eman) maar uiteindelijk blijkt dat altijd weer tijdelijk. Alle prachtige verhalen en gespin over de meerwaarde van het Koninkrijk ten spijt, structureel zit het helemaal fout. Daarvoor is generaties lang veel te veel mis gegaan.

Terug naar Bonaire. Uiteindelijk was het een indrukwekkend interview met Miguel Pourier, oud-premier van de Nederlandse Antillen en een van de grote zonen van Bonaire, dat mijn ogen opende. Ik interviewde hem eind 2008 over de ingrijpende gevolgen van de aanstaande integratie binnen Nederland. 'Natuurlijk wil iedereen goed onderwijs, de volksgezondheid op peil en meer veiligheid' zei Pourier. Maar je moet een situatie als op bijvoorbeeld de Franse eilanden Guadeloupe en Martinique voorkomen. Het schrikbeeld voor Pourier was 'dat Bonairianen over tien jaar zeggen dat ze alles hebben maar geen baas meer zijn in eigen huis'. Een paar weken geleden heb ik hem verteld dat ik door zijn zienswijze voor het eerst serieus oog heb gekregen voor het Bonairiaanse perspectief, de belangen van de lokale bevolking in het staatkundig proces. Ik deel de opvatting van Pourier dat de nieuwe staatkundige status in de eerste plaats de autochtone bevolking (zwart, bruin en blank) ten goede moet komen. Het klinkt wellicht naïef maar daarvoor was dat besef slechts sluimerend aanwezig. Het antwoord van Pourier spreekt boekdelen: 'helaas heeft de realiteit mij in het gelijk gesteld en zijn de problemen die ik al in 2007 zag aankomen nu levensgroot aanwezig'.

In het eerste deel van het boek vertel ik in ' Niets is hier wat het lijkt ' over mijn ontdekkingstocht door de Bonairiaanse samenleving, soms met uitstapjes naar andere eilanden zoals een onvergetelijk bezoek aan de Point Blanche gevangenis op Sint Maarten. Vanuit Nederland kreeg ik wel eens de vraag of ik me niet verveelde, van de grote stad naar een dorps eiland, gaat dat wel goed. Ik kan u verzekeren dat ik me de afgelopen jaren nog geen moment heb verveeld. Never a dull moment. Vaak dacht ik waar ben ik terecht gekomen? Maar ook 'wat zie ik hier, wat gebeurt hier eigenlijk'? Ik leerde een politiek diep verdeeld eiland kennen waar uit angst voor represailles een grote angstcultuur heerst, tot de dag van vandaag. Waar de meeste mensen alleen maar durven praten op basis van anonimiteit. Een politiek leider, Ramoncito Booi, die het eiland regeert als een alleenheerser. Waar de stroomvoorziening wordt gesaboteerd om een belangrijke vergadering van de eilandsraad te verhinderen. Geen echte democratie, maar de dictatuur van de meerderheid, soms een gekochte meerderheid. En echt heel anders dan in Nederland; geen onafhankelijke media - op een enkele krant na - die de macht controleren en kritische vragen stellen. Er is geen publieke omroep. In Nederland worden politici die liegen of de ene dag dit en de andere dag het tegenovergestelde zeggen grondig gefileerd, op Bonaire, en overigens ook de andere eilanden, niet.

Een groot dilemma op Bonaire, maar ook op Aruba en Curaçao is de taal. Op de ABC-eilanden is Nederlands de moedertaal in slechts 1 op de 10 huishoudens.  Voor het grootste deel van de bevolking is Papiaments de moedertaal, de meeste media zijn dan ook Papiamentstalig. Er ging een wereld voor me open toen ik lokale kranten ging lezen en naar populaire radioprogramma's ging luisteren. Dezelfde gebeurtenissen, een ander verhaal. Maar ook veel meer nieuws dan ik in Nederlandstalige kranten las. Natuurlijk, gekleurd door de belangen en de politieke kleur van de eigenaren, dat geldt ook voor de Nederlandstalige media op de Antillen, maar als je dat weet kun je als journalist zelf je afwegingen maken.

Vorige week kocht ik bij de supermarkt een paar kranten. Een Papiamentstalige krant kopte: Nederland meet met twee maten. De mevrouw bij de kassa wees me op de titel. 'Dat is niet goed, dat kan toch niet? '. Inderdaad hoe kan het dat een Bonairiaanse gedeputeerde waarvan een paar weken geleden het Gemeenschappelijk Hof van Justitie vervolging wegens corruptie heeft gelast, deze week gewoon in Nederland aanschuift bij ministers en topambtenaren. Volgens het Hof bestaat 'gerede kans dat vervolging zal leiden tot een veroordeling'. Niet uit te leggen, wel de realiteit. Hoe dat kan? Het heeft alles te maken met de pro-Nederlandse houding van deze gedeputeerde en, heel belangrijk, de actieve steun van zusterpartij CDA.

Ik heb jarenlang met veel plezier als ambtenaar gewerkt, een civil servant in hart en nieren. Misschien vind ik het daarom wel zo ontluisterend om te zien hoe politiek Den Haag in de relatie met de Antillen voortdurend met twee maten meet. Een openlijke pro-Nederlandse houding is de beste manier om Haagse politici te paaien, te laten wegkijken van mogelijke strafbaar of laakbaar handelen. Die dubbelhartige houding geeft op zijn beurt voeding aan anti-Nederlandse sentimenten. In het boek kunt u overigens lezen dat die aanhankelijkheid aan Nederland in de praktijk vaak maar een heel dun laagje vernis blijkt te zijn.

Toen ik in 2005 op Bonaire kwam wonen werd ik geraakt door het authentieke karakter van het eiland, de vriendelijke en open houding naar mensen van buiten, ook naar Europese Nederlanders. Een fascinerend eiland. Langzamerhand begon ik te begrijpen hoe intens verknocht autochtone Bonairianen aan hun eiland zijn; hun navel van de wereld. Het staatkundig proces waarbij Bonaire een deel van Nederland is geworden heeft juist voor deze mensen een ongekende cultuurschok teweeggebracht.  In één klap van de derde naar de eerste wereld. Alles, maar dan ook echt alles moest anders. Het is tragisch dat veel Bonairianen, overweldigd door de bruuske vernederlandsing, zich steeds meer een vreemdeling op eigen eiland zijn gaan voelen, het is nog erger dan Miguel Pourier vreesde. In het boek beschrijf ik hoe een Bonairiaan en een Nederlander in gesprek zijn. Prachtig eiland zegt de Nederlander, alleen jammer dat er nog zoveel Bonairianen zijn, daar moeten we wat aan doen. Het wordt bijna vechten. Helaas geen incident maar de onderstroom die al veel langer aanwezig is.

De situatie waarin Bonaire terecht is gekomen is des te pijnlijker omdat de keuze voor integratie nooit aan de bevolking in een referendum is voorgelegd. Dat veel mensen, tot in politiek Den Haag, beweren dat dat wel zo is, heeft alles te maken met de politieke marketing van de nieuwe staatkundige structuur. Met het voortdurende framen van nieuws.

Het grote probleem is dat op Bonaire twee verschillende werkelijkheden zijn ontstaan. De grote wereld van de Rijksdienst Caribisch Nederland en de Haagse ministeries die oprecht menen goed bezig te zijn. Zij hebben de macht. De andere wereld is die van de reality based community, de kleine wereld van burgers die in hun dagelijks leven met de veranderingen hebben te maken en van journalisten, zoals ik, die over die wereld schrijven. De verschillen tussen beide werelden zijn inmiddels bijna onoverbrugbaar geworden.

Leden van de Eerste en Tweede Kamer hebben zich sinds 10.10.10 regelmatig afgevraagd wat er toch aan de hand is op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 'Ondanks alle moeite die we doen krijgen we maar geen greep op de onvrede'.

Misschien dat het lezen van De Tragiek van Bonaire een tipje van de sluier kan oplichten.



http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202

maandag 3 september 2012

De zaak Zambezi


Opmerkelijk is dat het Gemeenschappelijke Hof van Justitie zich op dezelfde dag als de zaak-Spelonk over nog een unieke zaak heeft gebogen. In de ochtendzitting op Fort Oranje, besloten, niet toegankelijk voor de pers. De zaak-Zambezi. Concreet: de voortzetting van de behandeling van het klaagschrift van de Stichting Goed Bestuur tegen het seponeren door het Openbaar Ministerie van het Zambezi-onderzoek. Met als verdachten de vooraanstaande politici Ramoncito Booi en Burney el Hage.

Hoewel volgens het OM in alle acht strafdossiers aanwijzingen voor strafbare feiten waren te vinden, zag het OM geen andere mogelijkheid dan de Zambezi-zaak te seponeren. Reden: het OM had van de rechter-commissaris onvoldoende tijd voor het opsporingswerk gekregen. De kruistocht van Booi tegen het Antilliaanse OM in onder meer het parlement van de Nederlandse Antillen had blijkbaar succes gehad.

Een fascinerende kwestie. In juni 2010 besloot de voor een jaartje op Bonaire gestationeerde rechter-commissaris Veenhof het Zambezi-onderzoek in tijd te begrenzen. Lastig voor het OM en de Rijksrecherche die net een paar maanden bezig waren. Een corruptieonderzoek is namelijk een ingewikkeld onderzoek dat twee tot drie jaar kan duren. De beslissing van Veenhof was uniek. Niet eerder in Nederland of op de Antillen is een corruptieonderzoek door een rechter in tijd beperkt. Plaats van handeling voor dit unicum: Bonaire.

De opvolger van Veenhof, rechter Adang, kon niet anders dan op de door zijn voorganger ingeslagen weg doorgaan. Het betekende dat geen enkele rechter zich ooit boog over de inhoud van de dossiers, aan het sepot lagen slechts procedurele overwegingen ten grondslag. De inhoud van de dossiers kwam pas aan bod toen de drie rechters van het Hof van Justitie zich over het klaagschrift bogen. Een juridisch sluitende redenering, onderbouwd met jurisprudentie waarom rechter-commissaris Veenhof zijn uitzonderlijke besluit niet had mogen nemen. Het Hof besloot het Zambezi-onderzoek op alle dossiers te heropenen en gaf het OM opdracht over een half jaar te rapporteren over de stand van zaken. Dat gebeurt in februari 2012. Conclusie van het OM: 'vervolging opportuun en haalbaar'. Er is echter niet voldoende budget en capaciteit beschikbaar om alles te onderzoeken. Het OM vraagt vier maanden extra voor onderzoek in drie zaakdossiers en krijgt de tijd tot juni 2012 voor een vervolgrapportage. Deze rapportage is 24 augustus door het Hof behandeld. Op 13 september zal het Hof in de zaak-Zambezi een uitspraak doen: doorgaan met onderzoek, vervolgen, sepot, alles is mogelijk.

Ik moet soms denken aan de Curaçaose politicus Anthony Godett. Die werd in 2004, in de periode dat hij razend populair was wegens zijn felle retoriek tegen Nederland en Europese Nederlanders, in hoger beroep veroordeeld wegens fraude en corruptie. De vijftien maanden gevangenisstraf waarvan vijf voorwaardelijk, kostte hem het premierschap. Ook in het geval van Godett waren er veel geruchten over corruptie maar uiteindelijk belandde hij achter de tralies van de Bon Futuro gevangenis voor het aannemen van 158.000 Antilliaanse guldens (omgerekend 70.000 euro) in ruil voor het geven van een opdracht aan een aannemer. Een Antilliaanse vertakking van de Nederlandse Bouwfraude. Geld dat Godett niet aannam voor zichzelf maar voor het kopen van grond voor de nieuwe sède, het partijkantoor van de FOL.


http://www.vandorp.net/titel.asp?id=202